Westfriesland in Oorlog '40-'45

 

Vrijdagochtend, de 10de mei 1940. 's Morgens even na vier uur. Vliegtuiggebrom boven West-Friesland. In het noordwesten en in het westen klinken luchtafweergeschut en het gedreun van exploderende bommen. Duitse troepen zijn ons land binnen getrokken. De Luftwaffe valt de militaire vliegvelden De Kooy (bij Den Helder) en Bergen aan. Nederland is bij de Tweede Wereldoorlog betrokken.

Voor West-Friesland komt er pas na vijf jaar een einde aan deze oorlogsperiode, wanneer op de 5de mei 1945, 's middags om half vijf, in hotel De Wereld in Wageningen de Duitse troepen, die in de drie westelijke provincies (Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht) zijn ingesloten, zich officieel aan de geallieerden overgeven. Het begint in West-Friesland met hoog overvliegende Duitse vliegtuigen die bommen gooien. Het eindigt met Amerikaanse bommenwerpers, die tijdens de operatie ?Manna?laag over West-Friesland vliegen en op enkele plaatsen, onder meer bij Hoorn, voedsel droppen.

B-17 bommenwerpers trekken tijdens een Manna (Voedsel dropping na de bevrijding) vlucht over Enkhuizen.


De Tweede Wereldoorlog in West-Friesland. Dat is het beeld van honderden Amerikaanse bommenwerpers, die ? een wolkendek van witte condens strepen achter zich aan trekkend ? overdag van west naar oost overvliegen, om enkele uren later van oost naar west terug te vliegen. Dat is het nimmer uit de herinnering vervagende monotone gedreun van de motoren van de honderden Britse bommenwerpers, die in de nachtelijke uren diezelfde vlucht maken. West-Friesland beleeft de Tweede Wereldoorlog bovenal als een luchtoorlog.

In een poging om de eer van zijn voor Kornwerderzand gestrande divisie te redden, geeft generaal-majoor Feldt het bevel om een al uitgewerkt reserveplan te activeren: een invasie op de Westfriese kust, inclusief het vormen van een bruggehoofd voor een verdere aanval op de Vesting Holland. Zowel in de haven van Stavoren als in die van Lemmer worden daartoe op de 14e mei schepen in gereedheid gebracht en de voor het merendeel uit Oost Pruisen afkomstige cavaleristen moeten opeens het water op!
Dinsdagmiddag 14 mei, om 16.50 uur, geeft generaal H.G. Winkelman, de opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten, het bevel aan de in de Vesting Holland ingesloten troepen het vuren te staken. Een bevel, dat vooral in de stelling Kornwerderzand hard aan komt.
De capitulatie is een feit, maar op de winderige ochtend van woensdag 15 mei verlaten vier boten met Duitse militairen de haven van Lemmer. Een van de boten belandt op een strekdam en twee Duitse soldaten verdrinken. De andere drie bereiken de overkant van het IJsselmeer. Dat gebeurt bij het haventje van Wijdenes. Ooggetuige Jan Beets, in de jaren tachtig (vrijwillig) havenmeester van dat in ere herstelde haventje:

?In de namiddag, omstreeks half vijf, kwamen zij aan land. Een man of veertig. Ze stapten uit rubberboten. De nacht hebben zij doorgebracht in de lagere school, bij de kerk. In het dorp hebben zij fietsen geroofd, waarop zij de volgende dag over de Omringdijk in de richting Schellinkhout / Hoorn zijn weg gereden?'.

Na de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 probeerden de meeste West-Friezen (ca. 90%) hun leven van voor de oorlog gewoon voort te zetten en bemoeiden zich nergens mee. Ze pasten zich aan, hielden zich rustig en hoopten dat het allemaal weer snel voorbij zou zijn...

Het eerste jaar was van de bezetting nog weinig te merken. Vanaf het voorjaar 1941 werd dat allemaal anders. Eten, drinken en onder meer schoenen en textiel gingen 'op de bon'. Na acht uur 's avonds mocht je niet meer buiten en de ramen moesten met zwart papier worden 'verduisterd'. Joodse mensen kregen van de Duitsers steeds minder bewegingsvrijheid en werden vernederd en gediscrimineerd. Ze werden vervolgd, opgepakt en weggevoerd naar concentratiekampen.

Duizenden geallieerde vliegtuigen hebben in de jaren 1940-'45 tienduizenden tonnen brisant- en brandbommen over West-Friesland heen gevlogen. Maar slechts op ?n plaats binnen de Omringdijk is een gericht bombardement uitgevoerd: namelijk op Enkhuizen. En dat ook nog twee keer! Een Britse Blenheim-bommenwerper werpt op zondagmorgen 6 oktober 1940 zes bommen af boven de stad. Het eigenlijke doel: schepen in de haven.

Oostertuiinstraat na het bombardement in 1940.

 Enkele bommen komen terecht in de Oostertuinstraat en naaste omgeving. Resultaat: ?n dode, een aantal gewonden, enkele vernielde huizen en 86 panden, die schade hebben opgelopen. Totale materi?e schade: ruim ? 15.000.-.
De tweede gerichte aanval volgt op donderdagmiddag 15 maart 1945. Twee jachtbommenwerpers van de RAF (waarschijnlijk Typhoons) zaaien dood en verderf in de omgeving Havenweg, Brugstraat en Paktuinen. De timmermanswerkplaats van de scheepswerf vliegt in brand. De Drommedaris raakt flink beschadigd. Maar het ergste: er zijn in totaal 23 doden te betreuren, waarbij zes kinderen onder de tien jaar.

.

De schade aan de Drommedaris in Enkhuizen.


Twee gerichte bomaanvallen. Dit betekent niet dat er elders in West-Friesland geen bommen zijn afgeworpen. Zeker wel. Meestal door bommenwerpers, die in de problemen zijn geraakt. Zo vallen er op een nacht in juni 1942 brandbommen in het complex van de veiling Bangert en Omstreken in Zwaag. Een deel gaat in vlammen op. Een brisantbom, die op de binnenplaats van de Krententuin in Hoorn terecht komt, richt schade aan aan het gebouw. In Tuitjenhorn wordt een woning door een brandbom geraakt en gaat in vlammen op. In Koedijk-Noord gaan zeven panden in vlammen op. Op 22 april 1945, kort voor de bevrijding, komt er nog een bom terecht vlak achter een woonhuis in het Westeinde van Berkhout, waarbij een jonge vrouw om het leven komt. Er zijn in West-Friesland geen grondgevechten geleverd. Maar helemaal ongeschonden is het gebied niet uit de Tweede Wereldoorlog te voorschijn gekomen.

Slechts een klein aantal West-Friezen (ca. 5%) was het absoluut niet eens met de Duitse onderdrukking en gingen in 'verzet'. Ze deden dat soms voor het avontuur, maar ook bij toeval gebeurde dat en altijd vanuit een bewuste keuze voor een leven in vrijheid en gelijkheid van mensen.
Er waren verschillende vormen van verzet, niet alleen onderduikhulp, maar ook gewapend verzet (knokploegen met overvallen en liquidaties), illegale pers, hulp bij wapendroppings en niet te vergeten het gevaarlijke werk van koeriersters, die met bonnen en/of briefjes onder hun kleding de contacten onderhielden met verzetsgroepen in steden en dorpen.

Die 'redders' van West-Friesland kwamen uit alle lagen van de bevolking; het waren onder meer boeren, tuinders, winkeliers, arbeiders en opvallend veel dokters.
Helaas had je ook nog een groep West-Friezen (ca. 5%) die lid waren van de NSB of erger nog zich hadden aangesloten bij de Nederlandse Landwacht. Direct na de bevrijding werden ze gearresteerd door leden van de Binnenlandse Strijdkrachten en op boerenwagens door de dorpen gereden, richting de Krententuin in Hoorn.

Een van de eerste maatregelen, die het nieuwe gezag moest uitvoeren, was het oppakken van de Nederlanders die tijdens de oorlog met de Duitsers hadden meegewerkt. De Binnenlandse Strijdkrachten brachten in de dagen na 5 mei 1945 heel wat landgenoten naar de gevangenissen, zoals de Krententuin in Hoorn.

 

De Duitsers vorderden tijdens de Tweede Wereldoorlog vele fietsen. Op de foto passeert op het Grote Noord in Hoorn een patrouille Duitsers te paard een kar met in beslag genomen fietsen.

 

Oorlog betekende schaarste. Veel levensmiddelen gingen op de bon en in 1944 werd ook het voedseltekort op het platteland steeds nijpender. In Opmeer werd een centrale keuken ingericht op het terrein van zuivelfabriek Aurora. Daar werd gekookt voor inwoners van Opmeer, Spanbroek en Hoogwoud. Ook mensen uit de grote steden, op zoek naar voedsel, waren welkom. Op de foto worden aardappelen opgehaald bij Frouwtje Duinker in Hoogwoud.

 

Aan de Zwaagdijk was een droppingsveld: Oliver. Radio Oranje liet met gecodeerde boodschappen weten wanneer vliegtuigen goederen zouden afwerpen. Na de oorlog kon men pronken met deze spullen.

 

Een Duitse patrouilleboot gaat het IJsselmeer op.

 

Vrijdag 7 juli 1944.Een stralende zomerdag. 's Morgens om half acht vliegen al een paar honderd Amerikaanse bommenwerpers in oostelijke richting over West-Friesland. Boven Hoorn komen twee B-17's met elkaar in botsing: de ene van het 570e, de andere van het 571e squadron.In vele brokstukken komen de toestellen naar beneden. Van de 20 bemanningsleden van de twee Vliegende Forten vinden er 14 de dood. Zes redden zich per parachute. Vijf worden krijgsgevangen gemaakt. De zesde, sgt. Arthur F. Brown, zijluikschuttter van de B-17 waarvan het staartstuk neerstort op het garagepad naast de woning van de fam. Sleutel aan de Westersingel in Hoorn, ontsnapt. Via Venhuizen en Alkmaar belandt Arthur Brown in de Schermer. Hij neemt actief deel aan verzetsactiviteiten en overleeft ook de Slag bij Rustenburg!
Uit de twee in de lucht ontplofte vliegtuigen vallen eveneens bommen naar beneden. Aan de Drieboomlaan worden vijf huizen verwoest. Hierbij valt ?n dode te betreuren. Aan de Merensstraat worden drie huizen onbewoonbaar. Verdere schade wordt, wonder boven wonder, niet aangericht. De foto toont de verwoesting in de Merensstraat; een straat die toen nog eindigde tegen een damhek van een weiland.

 

Wapendroppingen

In de nacht van 8 op 9 september 1944 landen bij een boerderij in Noord-Holland per parachute twee door de Nederlandse regering in Londen gestuurde agenten. Deze Hans en Bram (codenamen) moeten een netwerk opzetten om grote hoeveelheden wapens naar verzetsgroepen te smokkelen. Binnen de kortste keren houden mannen en jongens zich bezig met het ophalen en vervoeren - per tuindersvlet - van de wapens. Meisjes worden ingezet als koeriersters.

?Jeanne?s zuster is gestorven? of ?De aap heeft rode haren?. Geheimzinnige codes die via Radio Oranje in de laatste oorlogsmaanden wapendroppings in bezet Nederland aankondigen. Een geheime operatie van het Bureau Bijzondere Opdrachten en de Special Operation Executive van de Britse geheime dienst.

Alleen al in Noord-Holland zijn er vanaf september 1944 negen droppingsvelden met codenamen als Mandrill, Sally en Laloe, waar 34 geslaagde missies worden uitgevoerd met zeker 154 ton wapens, brandbommen, springstof en landmijnen. Deze wapens maar ook medicijnen, sigaretten en fietsbanden zijn bestemd voor het gewapend verzet in West-Friesland, de Zaanstreek en Amsterdam.


 

Centrum van de Noord-Hollandse droppingsactiviteiten is de Zomerdijk in Spanbroek. Bijna alle bewoners van deze dijk zijn diep betrokken bij het verzet: onderduikers, knokploegen, illegale drukpersen en vanaf september 1944 ook het afwerpterrein Mandrill. Hil Schipper, de commandant van alle Noord-Hollandse afwerpterreinen (de CAT), heeft hier zijn hoofdkwartier.

In Andere Tijden vier betrokkenen bij de wapendroppings. Tieners toen nog, het verzet ingerold via oudere familieleden of buren. Iets Veerman, koerierster van verzetsgroep Sally: ?Je was jong en je deed het gewoon. Dat was je opdracht?. Veel informatie krijgen ze niet, vertelt Joop Hoebe: ?Dan kon je het ook nooit verraden als je werd opgepakt.? Ze vertellen in de uitzending over hun illegale werk, de spanning rond de nachtelijke droppings, het vervoer van de wapens en de risico?s. Hoebe: ?Ik ben nooit bang geweest omdat ik een zeker vertrouwen had in degene die mijn Schepper is.?

Maar gevaarlijk is hun werk zeker. Op het bezit van wapens staat tijdens de oorlog de doodstraf. Piet Schipper, het neefje van de CAT, vertelt ge?otioneerd over het gevaar dat de Zomerdijk loopt als in februari 1945 geheim agent Hans wordt opgepakt en gemarteld. Maar Hans slaat niet door: ?Hij wist alles. Dat zijn de echte helden, de mensen aan wie wij ons leven te danken hebben.?

 

 

_______________________________________________________________________________________________________________________________

Copyright 2001 - 2017 Karigro. Alle rechten voorbehouden  |  Colofon  Privacy  |  Disclaimer