Westfriesland in Oorlog '40-'45 "Radarsysteem"

 

.

De Luftwaffe en het verdedigingssysteem

Nachtjagers waren een belangrijk onderdeel van de verdediging van het Duitse rijk in de tweede wereldoorlog.

 

In het begin van de tweede wereldoorlog was de tactiek van de Luftwaffe vooral gericht op het aanvallen van niet bezet gebied. Voorbeeld hiervan was de  battle of Britain?. Duitse bommenwerpers werden begeleidt door jachtvliegtuigen richting Engeland gestuurd met de bedoeling om de Engelse vliegtuigvelden en steden plat te gooien. Dit had niet het gewenste effect en de Duitsers kwamen tot de ontdekking dat ze sneller hun land moesten verdedigen dan verwacht. Vooral s nachts waren de Duitse steden erg kwetsbaar. De nachtbombardementen van de geallieerde strijdkrachten werden steeds effectiever. De luftwaffe had dus een groot probleem.

   
Dit probleem was:
a) hoe zijn deze bommenwerpers s nachts te lokaliseren en
b) hoe zijn deze onschadelijk te maken en
c) hoe schakelen we de Luftwaffe over van een offensieve stijdmacht naar een defensieve.

Het vinden van een vliegtuig in een donkere nacht was er een van voortdurende ontwikkeling van de techniek, aan beide zijden van de strijdende partijen.

Deze techniek had in nazi-duitsland nooit de hoogste prioriteit gehad, omdat o.a. Hermann Goring als hoofd van de Luftwaffe in zijn onoverwinnelijke strijdkrachten geloofde die voornamelijk in het offensief zouden zijn. Hij verklaarde dat er geen Engelse bommenwerpers boven Berlijn zouden verschijnen. Dat zei Goring voordat de Battle of Britain was begonnen en daarna werd het al snel duidelijk dat Engeland niet verslagen was en zelfs in staat bleek om Duitsland op grote schaal te bombarderen.

 
Technisch hadden de Duitsers wel een soort bakensysteem, alleen werd dit gebruikt om Duitse vliegtuigen naar het doel te brengen en precisiebombardementen uit te voeren.Het systeem dat daarvoor ter beschikking stond was het Knickebein-systeem. 
Langs de Franse kust bijvoorbeeld verschenen de bakens van het X-Geraet in Cherbourg (2 beams met de namen:Weser-Spree),in Calais (3 beams met de namen:Rhein-Else-Isar)en een in Brest (beam met de naam Oder). maar ook in Duitsland en Denemarken stonden deze bakens.

Het systeem werkte als volgt:Een bommenwerper van de Duitse Luftwaffe vloog richting het doel. Als de bommenwerper eenmaal op de plek aangekomen waar beide signalen even sterk hoorbaar waren, dan was dit de juiste locatie. Het waren in feite geleidebakens die door middel van kruispeilingen de juiste locatie aangaven. 

Eind 1940 werd het systeem omgebouwd:Men gebruikte toen het Y-systeem welke aan  een baken genoeg had. Er werd een signaal naar het vliegtuig gezonden en na filtering geretourneerd, waaruit de locatie te berekenen was.

Ontwikkeling van de eerste Duitse radars

Voor het uitbreken van de oorlog was er daar reeds radarapparatuur ontwikkeld en gebouwd om mee te experimenteren. We spreken dan over 1934. Maar pas in 1939 werd radar experimenteel en operationeel op het Duitse Waddeneiland Wangerooge uitgeprobeerd.  

De ontwikkeling van de radar had toen geen hoge prioriteit bij de nazi-leiding. Een eerste opstelling had wel effect, want een van de eerste Engelse bombraids bij daglicht, liep voor de Engelsen slecht af. Van de 22 Wellington bommenwerpers kwamen er slechts 10 terug. Een dure les voor de RAF en eentje die de Duitse leiding pas later leerde.

De Early Warning radarsystemen die verdedigd WWII Groot-Brittannie

Engeland had wel ervaring met het lokaliseren van vijandige toestellen. Het systeem van ground control intercept, middels Chain- Home radar was aan Engelse zijde echter veel vroeger en beter ontwikkeld en er was geoefend in het gebruik ervan. Dit betekende dat Engelse jagers langer in de lucht konden blijven omdat zij later gealarmeerd konden worden, en doelmatiger ingezet konden worden.

 

   

Opmerkelijk is wel dat dat de Kriegsmarine als eerste in 1938 met een operationele radar werkte , geinstalleerd op de vestzak slagkruiser Admiral Graf Spee onder de naam DeTe-I ; welke ook wel Seetakt werd genoemd. De firma GEMA had deze exclusief voor de Kriegsmarine ontworpen en gebouwd.

Deze Seetakt bleek de voorloper van de Freya te zijn voor de Luftwaffe met als doel air-warning voor grote afstanden. Zo n Freya kon tot op 100 km afstand vliegtuigen waarnemen, afhankelijk van de instelling en locatie, maar geen hoogte- indikatie geven.

Na 1940 zien we in de bezette Duitse gebieden langs de lange kusten zowel radars van de Kriegsmarine, van het leger (Heer) als van de Luftwaffe. Een vorm van samenwerking en informatie- uitwisseling tussen deze onderdelen bleek er echter niet te zijn.

In dezelfde periode ontwikkelde Telefunken haar 50cm radar en noemde deze naar een stadje in Duitsland, de Wurzburg, zoals toen de gewoonte was. Met een schoteldiameter van 3 meter en gaf deze uitstekend de hoogte aan. Dit zeer succesvolle produkt voor anti-aircraft (Flak)kanonnen en werd later opgevolgd door de verder rijkende versie, die met een 7,5 meter schotel, die gemaakt werd door de Zeppelin fabrieken en genoemd werd: de Wurzburg-Riese.

De organisatie van de luchtverdediging in Duitsland

Na de eerste Britse bombardementsvluchten van geringe omvang werden deze echter steeds voltalliger en frequenter. Een groot probleem voor de Duitse steden en indirect voor de Duitse Luftwaffe, wiens taak het werd om het luchtruim vrij te houden van vijandelijke vliegtuigen, en bombardementen te voorkomen. Het volstond niet meer om individuele jachtvliegtuigen op basis van een simpele luchtwaarneming richting vijandelijke vliegtuigen te sturen. General der Flieger Josef Kammhuberwas de architekt van nachtjacht. Hij werd in juli 1940 benoemd om het commando op zich te nemen van de Nachtjacht Divisie, die toen nog NJG 2 heette, met als standplaats Slot De Breul in Zeist. De commandobunker bestaat overigens nog en is na de oorlog een aantal jaren in gebruik geweest bij Koninklijke Luchtmacht voor dezelfde taak als in de oorlog.Ondergetekende heeft indertijd toen deze bunker nog in bedrijf was daar wel eens een rondleiding gehad. Kammhuber werd in 1943 ontslagen na een conlict met Goring en Hitler over de inzet van veel nieuwe radar-apparatuur en nachtjagers. Hij kreeg zijn zin niet en moest opstappen. Na de oorlog is hij in de Bundeswehr en NATO ook nog als Generaal werkzaam geweest.

 

1941-aanvang- de verdediging van Duitsland

Er kwam een gordel van zoeklichten ( de zogenaamde Kammhuber -linie) die zich uitstrekte van Denemarken tot midden Frankrijk. Deze gordel bestond uit overlappende zones van 45 km lang (noord- zuid gemeten) en 22 km breed (oost-west) E zone een controle centrum  beheerde een hoofdzoeklicht en hulp zoeklichten. Het hoofdzoeklicht werd door een early- warning Freya radar en vervolgens door een kleine Wurzburg (FuMG 62D/kleine schotel) met een bereik van 40 km aangestuurd en de hulpzoeklichten werden met hand bediend.  

Ook werden er later naast de zone , ervoor en erna, nog een lijn van radars geplaatst om bommenwerpers op hun terugreis nog eens af te vangen.

DUNAJA Dunkele Nachtjagd

DuNaJa was een eerste luchtverdedigingssysteem op Europese bodem om te proberen zoveel mogelijk Engelse bommenwerpers te vernietigen. Kwam een bommenwerper in een dergelijke zone dan werd deze eerst de richting bepaald met behulp van de Freya radar en de hoogte door een kleine Wurzburg (FuMG 62D). Eenmaal gevonden dan werd de nachtjager, wiens locatie ook door radar was bepaald, naar zijn prooi geleid, waarbij een tweede vliegtuig assisteerde. Een dergelijke nachtjager was tot dat tijdstip min of meer in de lucht geparkeerd rond een lichttoren/lichtbaken (Leuchtfeuer).  

Dit systeem werd ook wel DUNAJA dunkele Nachtjagd  De radar lokaliseerde niet alleen beide vliegtuigen maar dirigeerde ook de Flak-batterijen.  Een nadeel was wel dat er een wolkenvrije hemel moest zijn althans bewolkt tot maximaal 51 %.  

Als nachtjager werden voornamelijk gebruikt Do 17, Ju 88 en Me Bf 110, met 2 bemanningsleden. Een nadeel van het systeem was dat de Flak niet alleen de vijandelijke bommenwerpers beschoot maar vaak ook de eigen jagers , die op die hoogte niet goed te onderscheiden waren. Later werden afspraken gemaakt dat de FLAK niet boven 5000 m mocht schieten.

HENAJA Helle Nachtjagd

Een verdere onwikkeling van het systeem was de Helle Nachtjagd (HENAJA); de Verlichte nachtjacht. De gevechtleidingscentra ook wel Flugmeldemess Stellung genoemd, waren uitgerust met 1 Freya en oorspronkelijk met 2 Wurzburgs welke later vervangen werden door 2 Wurzburg Riese.

De bommenwerpers werden opgespoord door de Freya (afstand tot 200 km ) en op korte afstand overgenomen voor hoogte-positionering door een Wurzburg. De nachtjager werd begeleid door de andere Wurzburg. De eerste Wurzburg werd genoemd: der rote en de tweede: der blaue. In het radarstation op de grond maakte de JLO/Jaegerleitoffizier gebruik van visuele middelen als kaarten en fiches op een tafel genoemd de Auswerte Tisch om de posities van beide vliegtuigen ten opzichte van elkaar in te schatten en tevens om een idee te krijgen van de dimensie van de luchtoorlog in zijn zone. Dit was een voorloper van de Seeburgh Tisch, welke een geprojecteerd 3-dimensionaal beeld gaf met behulp van een glasplaat waar een kaart van West Europa in was ge-etst, voorzien van kwadranten- aanduiding en waarop ook de maximale afstand van het commandocentrum was aangegeven

Op aangeven van de locaties van de vliegtuigen op de plottafel begeleidde de JLO/Jaegerleitoffizier via de radio de jager naar het doel om een onderschepping uit te voeren. Aan de andere Wurzburg waren tevens 3 zoeklichten gekoppeld. Wanneer de nachtjager in de juiste positie was, werden de 3 zoeklichten ingeschakeld met de bedoeling om de bommenwerper uit te lichten. De HENAJA radarsites werkten samen met 3 groepen van 9 zoeklichten, die daaropvolgend de bommenwerpers verlichtten.

Natuurlijk probeerde een piloot van de bommenwerper uit het net van zoeklichten te ontsnappen, en dat gebeurde dan ook wel, maar over het algemeen gesproken was het vinden van een vliegtuig door een Flak-Wurzburg zeer nauwkeurig.

Het systeem van controlecentra met zoeklichten werd aangeduid als de Helle Riegel. Ook genoemd: het Helle Nachtjagd Verfahren.  

HENAJA werkte goed zolang het wolkendek niet te zwaar was, maar men was het er over eens dat wanneer de hemel meer dan 6/10 bedekt was, het systeem maar beperkt te gebruiken was. Was het doel niet meer te verlichten, dan was het erg moeilijk om het doel te bereiken.

Kombinierte Nachtjagd (KONAJA)

 

Drie HENAJA sites werden geplaatst rond een potentieel belangrijk doel (gewoonlijk een stad of fabriek) zodat het mogelijk was om bommenwerpers uit verschillende richtingen te onderscheiden. Deze sites waren onder controle van de Flak divisie, welke verantwoordelijk was voor de verdediging van het gebied.

De tactische controle werd uitgeoefend vanuit een gecombineerde Gefechtsstand en de interceptie werd gedaan vanuit stellingen welke HENAJA gebruikten. In de gebieden waar de jagers aanwezig waren werden restricties opgelegd aan de Flak.

Als gevolg van een beperkte werking van deze Lichtenstein-versie, was een zeer nauwkeurige interceptie begeleiding echter nog steeds noodzakelijk

 

Intussen was de Auswerte Tisch vervangen voor de Seeburg-Tisch, waarop de positie van zowel jager als bommenwerper geprojecteerd werd van onder de tafel door lampen. Een lampje voor de bommenwerper en een ander lampje voor de jager. Deze vorm van gevechtsleiding werd genoemd het Seeburg-Lichtenstein- Verfahren, welke niets anders was dan HENAJA maar dan zonder zoeklichten.

Met de introductie van de Wurzburg-Riese met de Seeburg-Tisch en zonder zoeklichten werden deze sites hernoemd tot DUNAJA Stellungen.

 

Het Himmelbett

De verdediging van de belangrijkste gebieden vond plaats in drie zones. Zone 1 bevond zich in de bezette gebieden van Nederland, Belgie en de Duitse en Deense waddeneilanden. Hier bevonden zich een aantal radarstations met namen van waterdieren Biber (bever, Oost Voorne), Hering (Haring, Medemblik), Zander (snoekbaars, Zandvoort), Salzherring (zoute haring, Den Helder) die de nachtjagers op de verschillende Nederlandse vliegvelden (Bergen, Leeuwarden, Twente en Venlo naar de ontdekte bommenwerpers stuurden.

Iets verder landinwaarts stonden de grotere radarstations met landdiernamen zoals Lowe ( leeuw, Leeuwarden), Gazelle (Veendam) en Hase (Haas, Harderwijk).

De tweede zone was het zogenaamde Himmelbett. Een lijn van Denemarken via het oosten van Nederland tot aan zuid Frankrijk. Het Himmelbett was opgebouwd uit gebieden (Raum) met een afmeting van 32 km lengte (Noord-Zuid) en 20 km breed (Oost-West). Elk raum was voorzien van 3 radaropstellingen, een luchtverkeersleidingspost voor 2 nachtjagers en een groot aantal FLAK-schijnwerpers en FLAK- kanonnen.

Achter het Himmelbett bevonden zich in Nederland de vliegvelden Twente en Venlo. Ook in de Duitse gebieden achter het Himmelbett stonden op strategische plekken gecombineerde radarstations met FLAK en Nachtjagers.

De allerlaatste verdedigingslinie waren de zogenaamde Nachtsperrgebiet, No-fly zones rondom de belangrijkste steden en industriegebieden. Door de Nachtjagers niet in deze zones te laten vliegen konden de FLAK-kanonnen vrijuit schieten.

In 1943 veranderden de Duitsers de werkwijze van de nachtjagers. Door het verbeteren van het Lichtenstein-radar op de vliegtuigen zelf werden de nachtjagers alleen richting de bommenwerpers gestuurd. Van daar konden de jagers de vliegtuigen zelf opzoeken. Meer hierover in de hoofdstukken over de nachtjagers zelf.

Het system van radarposten en nachtjagers heeft tot het einde van de oorlog gefunctioneerd. Alleen het succes van de aanvallen werd steeds minder door het gebrek aan vliegtuigen en goede piloten. Ook het veroveren van de radarstations door de geallieerde grondtroepen maakte het systeem steeds minder effectief.

Deden en geallieerden niets tegen dit systeem van luchtverdediging?

Dat het systeem niet effectief genoeg was tegen een bomberstream die met grote aantallen een zone passeerden mag duidelijk zijn. Toen de geallieerden zich dit realiseerden zo rond 1942, werden de bomberstreams zo geordend dat er veel in een korte tijd een dergelijke zone passeerden. Iedere site kon slechts een nachtjager per tijdsverloop begeleiden en de meeste bommenwerpers kwamen hiermee weg.

Twee oplossingen werden aangereikt, waarvan de diepte van de zones voor en achter de Helle Riegel er eentje was. Ten tweede een upgrade van de apparatuur om gelijktijdig 2 nachtjagers te kunnen begeleiden.

In augustus 1943 bij de allesvernietigende aanval op Hamburg werd voor het eerst gebruik gemaakt van radarstoring (jamming) ; in dit geval door strookjes zilverpapier (chaff/windows) werden de radars blind en de gevechtleiding niet meer bij machte om de jagers te begeleiden. Later werden ook sterke radiosignalen op de zelfde frequentie als de Duitse radartoestellen uitgezonden om samen met het zilverpapier het systeem verder te ontregelen.

 

Bunker Giodenes

Nederland en dan met name het IJsselmeer speelde tijdens de Tweede wereldoorlog een belangrijke rol als vliegroute zowel bij de Duitsers als bij de geallieerde. De Duitse maar maar ook de Engelse bommenwerpers kozen vaak de route over het IJsselmeer omdat het een dun bevolkt gebied was en ook weinig luchtdoelgeschut stond. Daarom bouwde de Duitsers verschillende FuMG radar stellingen om het vliegverkeer in de gaten te houden.

Diogenes

Diogenes

Deze info werd door gespeeld naar de reuze bunker Diogenes in Arnhem waar de Duitsers al het vliegverkeer regelde van west Europa. De stellingen rondom het IJsselmeer maakte dan ook deel uit van een netwerk van radar stellingen verspreid over heel west Europa zoals u kunt zien op de onderstaande kaart. Heden ten dage Liggen de betonnen resten hiervan bijna allemaal in weilanden verspreid over een aantal honderden meters. Meestal bouwde de Duitsers er twee types radars namelijk de Wurzburg Riese en de Freya radar  De Wurzburg Riese was een doelvolgradar wat wil zeggen dat het niet ronddraait maar pas na detectie van de Freya 1 bepaalt doel volgde.

In 1942 is men met de bouw van Diogenes begonnen. Een jaar later werd het gebouw feestelijk in gebruik genomen in tegenwoordigheid van niemand minder dan Hermann Goring, de rechterhand van Hitler.

In het midden van de bunker was een grote zaal. Daar hing een glazen landkaart van 9 bij 12 meter. Daaromheen was een soort amfitheater. Daar zaten de generaals die de vliegbewegingen van de RAF in de gaten hielden, en niet te vergeten een heel leger van honderden Wehrmachthelferinnen.

Deze ongehuwde jongedames werden door het Duitse leger overal in Europa ingezet voor hand- en spandiensten. Vaak betrof dat het bedienen van communicatieapparatuur als radio, telegraaf en telefoon, en in dat geval werden ze wel Blitzm. genoemd. In Diogenes hielden de Blitzm. contact met radarposten in het kustgebied, die de posities doorgaven van de oprukkende RAF-vliegtuigen. De dames schenen dan met een klein schijnwerpertje op de kaart, zodat er lichtpuntjes verschenen op plekken waar zich vijandelijke vliegtuigen bevonden. Met deze informatie konden de generaals de luchtverdediging co-ordineren.

Blitzm, in actie

 

Vanuit bunker Diogenes werden de nachtjagers naar hun doel geleid

     

Tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 hebben de Duitsers hun bunker hals over kop verlaten. Zij dachten dat de geallieerden het bouwwerk wilden veroveren, maar in werkelijkheid wisten ze, zoals gezegd, niet van het bestaan ervan. Bij hun aftocht deden de nazi?s een poging om de bunker op te blazen. Dat lukte niet; ze hadden hem veel te stevig gebouwd. Wel werd de complete inventaris verwoest, die daardoor in ieder geval niet in vijandelijke handen kon vallen.

 

Radarstation Hering te Medemblik

In een polder ten noordwesten van Medemblik tussen de Koggenrandweg en de ringvaart bouwden de Duitsers in 1941 en Radarstation van de 2e ordnung, tegen de oude Zuiderzeedijk bij Opperdoes richtte de Luftwaffe al gedurende deze eerste bezettingszomer een permanent kamp in. In dit kamp, Hering genaamd, waar een z.g. radarpeilstation en een radiostoorzender waren geplaatst, werden meestal jonge Duitse militairen gehuisvest. West-Friesland  lag onder een aanvliegroute van geallieerde bommenwerpers die op hun weg naar de doelen in Duitsland, het radarpeilstation, moesten passeren. De inlichtingendienst in het kamp aan de dijk gaf aan een vliegstrip bij Middenmeer, waar een Duitse nachtjager was gestationeerd, inlichtingen door, (de geallieerde jacht- en bombardementstoestellen voerden de eerste jaren van de oorlog om veiligheidsredenen hun aanvalsvluchten alleen s nachts uit) zodat in de jaren 1940-1941 vrij veel gevechtsvliegtuigen van onze bondgenoten in de omgeving van Medemblik werden neergehaald. Alleen in de Wieringeermeer al 15 stuks. Een aantal stortte ook in dorpen en velden ten westen en zuiden van de stad [Medemblik] neer of viel in het IJsselmeer. Het radarstation was gelegen op de kavels D25 t/m 27 en D30. Er stond geen groot luchtafweergeschut opgesteld, enkel een geschut nabij de Koggenrandweg ten zuiden van het complex. Het is niet duidelijk of het kampement is gebombardeerd. Wel is er melding gemaakt dat het enkele keren door Engelse jagers beschoten is. In ieder geval is het beschoten op 6 en 14 november 1942.

De stelling maakte deel uit van de Himmelbett stellung die tot taak had binnenvliegende vijandelijke toestellen te detecteren zodat eigen vliegtuigen en flak de vijand konden onderscheppen.
In oktober 1942 werd de Stelling met de naam Hering ( haring ) in gerbuik genomen .
De stelling werd eerst bemand door troepen van het 7./Flugmelde Leitkompagnie van het 11./Ln.Rgt.203 .
En werd aangeduid als Wn. XIV aL ( Luftwaffe ) .
Vanaf 29.3.1943 werd het complex bemand door het 10./Ln.Rgt.201 met 3 off. , 32 onderoff. en 174 manschappen .
De commandant was op dat moment Leutnant en Zugfuhrer Jauk.
Op dat moment waren er aan wapens aanwezig 12 Franse machinegeweren , 2 stukken 2 cm flak op houten torens voor de nabij verdediging en 5 franse zware machinegeweren .
Het hele complex was omringt door een dubbele prikkeldraadhindernis .
De Radarapparatuur bestond uit 1 Freya F42 en 2 Wurzburg Riese FuSe 65 apparaten.
Het complex was opgebouwd uit bakstenen gebouwen met als fundatie een betonplaat en als dak eveneens een betonplaat .
De Freya stond ook op een bakstenen gebouw terwijl de 2 Wurzburg Riesse's op zeskantige betonsokkels stonden. ( type V229 )
Ook was er in Medemblik een Fluwa die werd aangduid met 32 aL ( 1 onderoff. en 7 manschappen ) die tot taak had om met verrekijkers de omgeving te observeren , ze maakten deel uit van het 13./Res.Lg.N.Rgt. en waren op een hoog gebouw geplaatst ergens in de stad zelf
Na de oorlog bleven de gebouwen in de polder als stille getuigen staan , vanaf midden jaren 70 werd een groot deel van de polder als vuilstort in gebruik genomen waardoor een aantal gebouwen onder de grond verdween.
Tegenwoodg zijn er van de stelling geen gebouwen meer te zien.



Een foto van de stelling tijdens de oorlog.

 

    

   

De stelling in 1977, kort voordat het als vuilstort in gebruik word genomen.
 

Radiopeilstation Schneeglockchen te Schagen

Aan het kanaal tussen de Trapbrug en de Spoorbrug staat in het weilandje een vreemd T vormig gebouwtje. Het stamt uit de Tweede Wereldoorlog, maar verder is de geschiedenis vrijwel onbekend. Tegenwoordig wordt het T-vormige huisje gebruikt voor de opslag van landbouw werktuigen en staat er wat verloren bij. De houten barak die er ooit bijhoorde is reeds lang geleden gesloopt, de stenen verbindingsgang naar de barak is echter nog wel aanwezig.
Voor ik begon met het zoeken naar informatie over het peilstation meende ik dat Schneeglockchen een van de weinige monumenten van Schagen is. In de monumenteninventarisatie van 1992 worden als militaire objecten alleen de "Transformator Bunker" en de "Kleine Bunker" bij De Wiel genoemd. Deze laatste werd enige jaren geleden afgebroken.

De aanwezigheid van het peilstation is tijdens de oorlog goed geheim gehouden. De installatie is nooit aangevallen en is onbeschadigd uit de oorlog gekomen. In tegenstelling wat de schrijvers van het herinneringsboek "Schagen in Oorlogstijd" beweren, was het peilstation geen buitgemaakte radar installatie.
Mijn vader kan zich deze locatie uit de oorlogsjaren nog herinneren.Hij weet echter niets van de peiltorens die hier gestaan hebben, maar herinnert zich wel dat in het gebied een woud aan versperringspalen stond. Deze c.a. 5 meter hoge palen waren met staalkabels verbonden om het landen van vijandelijke vliegtuigen onmogelijk te maken. In de volksmond werden deze versperringen "Rommels-asperges" genoemd. Zij waren naar de Duitse generaal Rommel genoemd, die in de laatste oorlogsjaren verantwoordelijk was voor de bouw van de Atlanticwal. Dit laatste was een groot verdedigingswerk langs de Atlantische kusten van Europa.

Vermeld moet nog worden, dat op de boerderij van C. de Groot aan de Molenweg een radiozend- en ontvanginstallatie gebouwd was, waardoor de bezetter in staat was, telefonisch verbinding met zijn luchtmacht te onderhouden. Dat deze inrichting nooit aangevallen is door de geallieerden heeft ons vaak verwonderd. Ingewijden beweren, dat dit niet is geschied, doordat zij voordeel hadden van de door dit station uitgezonden berichten.
Ook een radarinstallatie was in onze gemeente opgesteld, n.l. op de boerderij van Jimmink, aan het kanaal naar Kolhorn. Deze installatie was afkomstig van de oorlogsbuit der Duitsers in Duinkerken, en behoorde dus nog niet tot de veel verbeterde installaties van het laatste oorlogsjaar. Op de bevolking maakte deze inrichting een geheimzinnige indruk en niemand vermoedde, dat ook de geheimzinnige strookjes vertind papier, die boven ons land werden uitgestrooid, hiermee iets te maken hadden. Deze werden door de geallieerden gebruikt ter misleiding van de vijand. De door het radartoestel uitgezonden golven werden door deze strookjes evenzeer teruggekaatst als door de huid van een vliegtuig en de opgevangen echo maakte dan de indruk, alsof er enorme luchtvloten in aantocht waren.

Nachtjager werkten in groepen om de bommenwerpers te onderscheppen. Binnen de groep was ?n vliegtuig uitgerust met speciale zendapparatuur waarmee deze in contact stond met het peilstation. Elke peiltoren volgde een vliegtuig en bepaalde de richting waarin deze zich bevond. Gelijktijdig werd de afstand naar het vliegtuig berekenen uit de responstijd van het signaal. Het vliegtuig zend hiertoe het signaal terug, voorzien van een pulsvolgorde. Uit het tijdsverschil tussen het verzonden en het ontvangen signaal werd de afstand berekend. Uit de richting en afstand werd in het "Auswertung" gebouw de positie berekend die op een plottafel (Seeburg tisch) zichtbaar werd gemaakt. Via de zender van het peilstation werd deze positie aan het vliegtuig doorgegeven.

Een Y peilstation bestond in het algemeen uit een "Auswertung" met daaraan verbonden vier of vijf peiltorens met een Adcock peilantenne. In de top van de toren bevond zich de "Peilerhutte" met daarin de "Heinrich Y peiler" om de richting van het vliegtuig te bepalen.. Op de grond onder de toren stond de "E-Meethutte" waarin de afstand werd gemeten. De bijbehorende antenne was op enige afstand van de peiltorens opgesteld om storing te voorkomen. In de "Auswertung" stond de "Seeburg tisch", een lichtdoorlatende plottafel waarop met behulp van een lichtvlek de positie van een vliegtuig op de kaart werd geprojecteerd. Het station had een reikweidte van ongeveer 400 of 500 kilometer.

In veel gevallen werden Y peil stations gecombineerd met "Freya" of "Wurzburg Riese" radar installaties.

Schneeglockchen werd tussen januari 1943 en maart 1944 bemand door het 2e peloton van de 6e compagnie van de Luchtnachrichten Regiment 201 van de Luftwaffe. Het peloton telde toen ongeveer 70 man. In februari 1945 was het Regiment 213 verantwoordelijk voor de bezetting van het station.

  

Schneeglockchen in de polder De Keins bij Schagen. In het midden de T-vormige Auswertung met rechts daaraan vastgebouwde barakken. De slagschaduw links boven verraadt een van de vijf torens van het station (26.02.1945)

Even ten noordwesten van Schagen verrees in dezelfde tijd als waarin Brennessel werd gebouwd, het radiopeilstation Schneegl?kchen. Het verrees in het gebied de polder De Keins - dat omsloten werd door de vaart van Schagen naar Kolhorn, de Groeneweg en de Westfriese Dijk. Navraag in Schagen en omgeving heeft niet zoveel bijzonderheden over Schneeglockchen opgeleverd. Debet hieraan zal zijn, dat het station betrekkelijk geisoleerd lag. Daardoor zullen er niet zoveel dagelijkse contacten met de burgerbevolking zijn geweest. De boer op wiens land het peilstation werd aangelegd en die wellicht wat meer had kunnen vertellen, bleek al overleden toen ik mijn onderzoek naar Schneeglockchen startte. Ook moet ik het antwoord schuldig blijven op de vraag of er in de buurt van Schagen ? net zoals in de andere gevallen - ook sprake is geweest van een tweelingstation van Schneeglockchen. Misschien aan de straatweg, richting Groen veld? Als het er is geweest, dan staat wel vast, dat ook dit station waarschijnlijk nooit in bedrijf is genomen. Wanneer ik iets naders over Schneeglockchen aan de weet wil komen, moet ik het dus vooral hebben van informatie die tijdens de oorlog is verzameld. In de eerste plaats is er dan in een spionagerapport van 20 september 1943:

 

Radarstation Zander te Zandvoort

 
Omstreeks 1941 begon de Luftwaffe ten zuiden van Zandvoort een zeer grote radar stelling te bouwen .
De stelling was een zogenaamde Funkmessstellung 1. ordnung waar van er nog vier van waren in Nederland zoals Gazelle in Veendam , Hase in Harderwijk , Hamster in Oostkappele en Salzhering in Den Helder.
In de eerste instantie werd de bouwlocatie aangeduid als baupunkt 154 na oktober 1943 werd het verandert in baupunkt 158(a) tactisch ook wel Stutzpunkt XXXI Luftwaffe ? Funksende ? Anlage Zander.
De stelling was een zogenaamde Doppel Riese Stellung die bestond uit twee delen , de J?erleitstellung en de Flugmeldestellung.
In de J?erleitstellung beschikte men over 2 Wurzburg Riese , 1 Freya , 1 kleine Wurzburg ? ( waarschijnlijk een Anton D ) en 2 Heinrich peilers .
Het gehele complex werd voorzien van ongeveer 140 lichte bunkers uit de K?er serie , in een later stadium werden er nog de nodige ST bunkers aan toegevoegd .
Ongeveer 1 kilometer zuidelijker bouwde men Flugmeldestellung met eem Wassermann L ( leight )
daarom heen stonden tevens gebouwen voor ondersteunende taken De Wassermann kreeg de codenaam Ursula en werd gebruikt als een Fumo Seetakt.
De reden dat men de Wassermann ver buiten de J?erleitstellung bouwde was om de storing van beide installatie zoveel mogelijk te beperken.
De codenaam van het gehele complex was ?Zander ? waarvan de eerste letters waren verwant aan de plaatsnaam Zandvoort.
Met ingang van 1 augustus 1944 werd de installatie beheerd door het 10.Schwere Flugm Leit-Komp. Met als feldpostnr. 09 848
De Bezetting bestond maar liefst 6 Kompagnie F?rers die als JLO optraden ( J?erleitofficier )
Vanaf 1 februari 1945 viel het geheel onder II./Ln.Rgt.223 en het betriebs auswertzug waarvan de staf in Overveen zetelde onder Maj. Erhard Lessing.

In het winterausbauproramm ( oktober 1943 ) bouwde men nog een aantal ST bunkers waaronder 2x een L409a ? Unterstand mit aufgesetzten geschutzstand f? 2 cm oder 3.7 cm flak , 1x L481 Unterstand f? Adcock en een L487 Unterstand fur Funkmessger?auswertung ( Jaf?) ? Bertha ?

     


Er waren echter ook nog een 638 kleiner sanit?sunterstand en een L413a Munitionsunterstand f? ein leichte flakzug gepland maar die werden echter nooit gebouwd.
Van de L487 is bekend dat de bunker nooit is afgebouwd , de enigste gebruiker is een padvinders groep die bunker enige jaren na de oorlog als onderkomen gebruikte.
Na de oorlog tekende het BRV de stelling op ( J?erleitstellung als complex M en de Flugmeldestellung als complex N )
Toch spreek men soms nog over Zander I en II , in werkelijkheid gaat het om ?n stelling.
Door de afgelegen locatie van de stelling is er niets gesloopt maar alles onder het zand gewerkt zodoende zijn nog veel bunkers in het landschap als kunstmatige heuvels zichtbaar waarvan er een aantal als vleermuisonderkomen is ingericht.

Stellung 1e Ordnung Zander - Zandvoort - Noord Holland
Provincie: Noord Holland
Luftwaffen-Nummer 3
Operationeel: van - tot  
Apparatuur: Jagdschloss
Koordinaten (WGS84) N 52? 22, O 4? 32 (exakte Lage unbekannt)
Eenheden 10. schw. Flugm.-Leit-Kompanie II./LN-Rgt 223-8./211
Veldpostnummer 09848
zug. Fluko Amsterdam
 JLO  Hanbold

 

Radarstation Max te Castricum

Op de duinrand ten zuiden van het, door de Duitsers gesloopte, hotel Nassau-Bergen in Bergen aan Zee werd In maart 1942 een Wasserman L geplaatst.


    

Tijdens de oorlog bouwde de Luftwaffe aan de van Oldenborghweg tussen Egmond aan Zee en Bakkum en drietal radarinstallaties onder de deknaam ?Max ?.
De meest Noordelijke installatie stond op het Koepelduin en was een Wassermann E II ger? .
De tweede lag 600 meter Zuidelijker op een duintop van 30 meter hoog en bestond uit een houten toren met een hoogte van 90 meter. ( Grosse Elephant )
De meest zuidelijke toren op het Vogelduin en was eveneens een houten toren met een hoogte van 60 meter . ( Kleine Elephant )
De drie locaties werden aangeduid als WN 38L en als BP 60.
Rond de drie torens werden veel ondersteunende bunkers gebouwd .
In 1943 werden bij de middelste toren ( Grosse Elephant ) twee flak bunkers van het type L 409a gebouwd met de registratienummers LCL 15511 en LCL 15512 .
De bunkers dienden voor de nabij verdediging van laagvliegende vliegtuigen
Bovenop de bunker stond een 2 cm snelvuurkanon in een betonnen beding , de daaronder gelegen bunker diende als verblijf voor de bemanning en voor opslag van de munitie .
Tevens had men de beschikking over een kantine annex keukengebouw , telefooncentrale , ontspanningsgebouw , diverse voorraadbunkers en woonschuilplaatsen.
De twee houten torens waren van een experimenteel type lange afstandsradar met een bereik van 300 km.
Volgens het KTB van het 347
th Inf. Div. stond het op 29-3-1943 het geheel onder het gezag van het 14./Ln.Vers.Rgt.met ?n Off. , 5 Onderoff. en 20 manschappen.
In de zomer van 1944 werd de gehele installatie ondergebracht bij de Flughafen Kommandantur Schiphol als Ln. Sonderanlage ? Elephant ? en als J?erleitdienst in gebruik genomen .
Na de oorlog werden de masten ontmanteld en als schroot afgevoerd waarna de bunkers onder het zand werden gewerkt.
Het dak van de bunker waar eens de ?Grosse Elephant ? stond dient nu als uitkijkplatform terwijl deze duintop nog steeds bekent staat als ? De hoge Toren ?.

 

Stellung 3e Ordnung Max -Bakkum
Provincie: Noord Holland
Luftwaffen-Nummer 3
Operationeel: van - tot  
Apparatuur: xxxxx
Koordinaten (WGS84) N 52? 22, O 4? 32
Eenheden 10. schw. Flugm.-Leit-Kompanie II./LN-Rgt 223
Veldpostnummer xxx
zug. Fluko xxxx
   

 

Radarstation Mammut & Salzhering te Den Helder

Ten tijden dat Nederland in handen was van de Duitse bezetter werd er tussen Julianadorp en Den Helder een radarstation gebouwd welke was voorzien van een Wasserman radar.

In Den Helder ten zuiden van strandopgang Duinoord ligt (ter hoogte van paal 3), direct gelegen aan de Zanddijk, een bunker van het type L485 Unterstand f Mammut. Op de radarstelling "Salzhering" (Baupunkt 44 LW.Nachtrichten-Anlage "Mammut" regelbaunummer BL 11311 W.N.132 L), had de Luftwaffe het radarscherm Mammut op de bunker op 2 Kabelschachten geplaatst. De Schwere Flugmelde Leit-Kompagnie bediende de radarstations van de 1e categorie, waartoe ook Salzhering behoorde. De Mittlere Flugmelde Leit-Kompanie bediende de radarstations van de 2e categorie. Gedurende de 2e Wereldoorlog werden de radarstations bediend door Luftnachrichten regiment 201 en 211 (Ln.Rgt. 201 en Ln.Rgt. 211). 2 september 1944 werd tot reorganisatie besloten tot ?n Ln.Rgt. 223.

Van de stelling is weinig meer terug te vinden. Al liggen er onder de grond nog een groot aantal bunkers. E van de opvallendste bouwwerken in deze omgeving is het door de Duitsers gebouwde Keuken / Kantinegebouw welke tot voor kort nog door defensie werd gebruikt. Toen defensie het gebied verliet werd er gevreesd voor het unieke gebouw. Maar gelukkig is er geen sprake van sloop en is het gebouw nu in beheer bij de stichting Stelling Den Helder.

Salzhering

Mammut

Den Helder

Stellung 1e Ordnung Salzhering - Den Helder
Provincie: Noord Holland
Luftwaffen-Nummer 4
Operationeel: van - tot  
Apparatuur:  
Koordinaten (WGS84) N 52? 58, O 4? 44 (exakte Lage unbekannt)
Eenheden 9. Flugmelde-Leit Kompanie II./Ln.-Rgt. 201- 2./223
 JLO  Berndt


 

Radarstation Lowe te Leeuwarden-Marum

Nabij Marum, langs de A7, liggen restanten van een Duitse radarstelling (Anlage Lowe) uit de beginperiode van de oorlog. De bunkers zijn hoogstwaarschijnlijk gebouwd voor het onderbrengen van manschappen. Ook staat er nog het betonnen fundament van een Wurzburg-Riese radar.

Het radarstation maakte deel uit van de "Himmelbett stellung" die het luchtruim boven West Europa moest bewaken. Het werd bemand door zo?n 200 manschappen van het Luftnachrichten Regiment 201 II Abteilung / 12 flugmelde Leit kompanie Leeuwarden.en mogelijk resten van meerdere Tobruks aanwezig langs de weg naar Groningen. L?e ressorteerden (voorjaar 1943) onder de Eerste Jagddivisie van Von During. In ons land werden de stations bemand door personeel van Luftnachrichtenregimenten (Ln.-Rgt.) 201 en 211. Na een reorganisatie eind 1944, na het sluiten van Seeadler, was alleen een Ln.-Rgt. 223 aanwezig.

De stations zijn in drie categorie? met een standaard radar-uitrusting te onderscheiden:

Categorie 1: 1-2 Freya's, 2 Wurzburg-Riesen, 2 Y-Lijnen, 1 radio-baken, 1 lichtbaken, radiozender, 1-2 Wassermann of Jagdschloss.
Categorie 2: 1-2 Freya's, 2 Wurzburg-Riesen, 2 Y-Lijnen, 1 radiobaken, 1 lichtbaken, radiozender
Categorie 3: 1 Elefant, 1 Mammut of 1 Elefant met aanvankelijk Wassermann (Grote radars zoals Wasserman stonden op grote afstand van het feitelijke station.)

    

Voor het 4de kwartaal 1943 waren voor het General Kommando XII Fliegerkorps (Zeist) de bouw van 3 stuks Wurzburg-Riese Stellung en een Y-Peiler gepland.

 

Radarstation Tiger te Terschelling

Sommige radarsystemen hadden een bereik van 300 kilometer waardoor de geallieerde vliegtuigen nog ver boven de Noordzee werden gelokaliseerd en alarm werd gegeven voordat ze hun doel in Duitsland bereikten. Hierdoor kon het luchtdoelgeschut en de jachtvliegtuigen tijdig in actie komen om de aanval tegen te gaan. E? van deze radarstellingen was gebouwd op Terschelling en heette ?Tiger?.

Stelling Tiger, hier werden in de enorme Bertha bunker de radargegevens van de Wassermann verzameld, evenals die van de Freya-radar en de twee Wurzburg Riese volgradars die op de Tiger stonden. In deze stelling waren ongeveer 100 bunkers aanwezig waarvan er nu nog een 90 over zijn.

Aangezicht West Terschelling tijdens WOII, met links op het Hoge Duin een zgn ?Fernsuchgereat? waarmee metingen tot wel 300 km konden worden verricht. Deze mast was bevestigd op de Wassermann B24 bunker

 

Het luchtafweergeschut op terschelling, met een mooie foto van de vuur mond ....

Behalve vroegtijdige waarneming vond in de Tigerstellung ook de co?dinatie plaats van de luchtstrijd boven de Waddeneilanden. In de grote commandobunker werden de meetgegevens van de observatieposten en radars over de aankomende vliegtuigen verzameld. Na verwerking werden ze doorgegeven aan de zogenaamde gevechtsleider die zo een totaalbeeld had van de situatie in de lucht. Hij stond in radiocontact met een piloot die met zijn jachtvliegtuig boven Terschelling cirkelde. De piloot kon ?s nachts, als de aanvallen op de Duitse oorlogsindustrie en de steden plaatsvonden, de bommenwerpers niet vinden. Maar via de informatie die de gevechtsleider vanaf de grond doorgaf werd hij in het donker geleid naar zijn nietsvermoedende ?prooi? die gevangen was in de radarstralen. Als de jager op een paar honderd meter afstand was opende hij het vuur. Zo werden door toedoen van radarstelling Tiger bijna 200 toestellen neer gehaald rondom Vlieland, Ameland en Terschelling.


 
Stellung 2e Ordnung Tiger-Terschelling - Friesland
Provincie: Friesland
Luftwaffen-Nummer 5
Operationeel: van - tot  
Apparatuur: xxxxx
Koordinaten (WGS84) N 52? 22, O 4? 32
Eenheden 10. schw. Flugm.-Leit-Kompanie II./LN-Rgt 223- 7./201
Veldpostnummer 09848
zug. Fluko Amsterdam
 JLO  Weiss

 

 

Radarstation Schlei te Schiermonnikoog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een Duitse bezettingsmacht op Schiermonnikoog van ongeveer 600 soldaten. Om het eiland te verdedigen tegen de geallieerden werden er bunkers aangelegd als een onderdeel van de Atlantikwal. Deze liep van de Spaanse grens tot en met Noorwegen. In de duinen langs het strand werden hele bunkercomplexen aangelegd; er was zelfs een compleet dorp aan het eind van de Prins Bernhardweg. Het dorp bestond uit bunkers, radarinstallaties, luchtafweergeschut en gecamoufleerde barakken. Dit dorp kreeg de codenaam Schlei, wat de Duitse naam is voor de vissoort zeelt.

De Wassermann Bunker

In 1943 besluiten de Duitsers een radarantenne te plaatsen op Schiermonnikoog, zodat zij vijandige vliegtuigen tijdig kunnen detecteren. Maar de antenne met de typenaam Wassermann-S(chwer) is nooit geplaatst. De bunker, bestemd als fundament voor de radar, is er wel gekomen. Deze diende tijdens de oorlog als onderkomen voor soldaten die de installatie moesten bedienen. Daarnaast was er ruimte voor stroomopwekking en gegevensverwerking. Het standaard bunkerontwerp is bekend onder de code L480. De radarantenne bestond uit een circa 40 meter hoge stalen cilinder met daaraan gemonteerde antennes. Dit type radar had de codenaam Wassermann-S(chwer). Hiermee was men in staat om binnen het bereik van 300 kilometer het luchtruim te controleren op naderende vliegtuigen.

   

De stalen antennemast is echter nooit geplaatst. De reden is waarschijnlijk gelegen in het feit dat er sabotage is gepleegd tijdens de constructie van de mastfundering. Door onjuiste maatvoering kon de 40 meter hoge radar cilinder niet worden geplaatst. De Wassermann-bunker op Schiermonnikoog is niet alleen zeldzaam qua type, doch vormt ook een symbool voor de gedenkwaardige sabotagedaad.

Het materiaal voor deze bunkers werd vanaf de steiger met een smalspoor treintje vanaf de oude veerdam (wat nu de jachthaven is) tot het einde van de Bernardweg gebracht. Halverwege was er een aftakking richting de Wassermann

De Seeburgbunker, die tijdens de Tweede Wereldoorlog als communicatiebunker diende in de radarstelling Schlei is nu een museum. Vanuit deze bunker werd de radar-informatie doorgeseind naar de vliegbasis Leeuwarden waar jagers van de Luftwaffe gestationeerd waren en naar de Duitse Luftwaffe-piloten die de geallieerde vliegtuigen moesten onderscheppen.

Stellung 2e Ordnung Schlei - Schiermonnikoog - Friesland
Provincie: Groningen/Friesland
Luftwaffen-Nummer 6
Operationeel: van - tot 10-5-40 - 23-6-45
Apparatuur: xxxxx
Koordinaten (WGS84) N 52? 22, O 4? 32
Eenheden 10. schw. Flugm.-Leit-Kompanie II./Ln-Rgt 223/11./201
Veldpostnummer x
zug. Fluko xxx
JLO Greimel

 

 

Radarstation Delphin te Delfzijl - Hoogewerf/Oudeschip

Nabij Delfzijl-Hoogewerf / Categorie FuMG
Onbekend, er stond een
1 x FuSE 80 Freya  op de salpeterloodsen,  1 x FuMO 303 A/N, Freiburg I, 1 x FuMO 51 ?

Deze radar was opgesteld om de Flak Batterij te ondersteunen.

 

Radarstation Eisbar te Sondel

De Duitse radarpost Eisbar bij Sondel behoorde tot een keten van radarstations, waarmee de Duitsers het luchtruim tussen Denemarken en Zuid-Frankrijk bewaakten. Het Himmelbett systeem met drie radars, een tweetal Wurzburg-Riese radars en een Freya, 2 Heinrich-towers plus een gevechtleidingscentrum. Hierdoor werden jagers van vliegbasis Leeuwarden aangestuurd. In 1943 waren zo in de huidige provincie Friesland 3 Funkmessstellungen (radarposten) als Tiger (Terschelling) en Schlei (Schiermonnikoog) operationeel. Sondel bleef operationeel tot medio april 1945, waar bij de duitsers voor de aftocht de radars en apparatuur met trotyl onbruikbaar maakten.twee Wurzburg-Riese met een doorsnede van 7,5 meter, deze stonden op het hoogste punt 7.20 NAP. De derde, een Freya-antenne, stond op de eerste bunker van de middelste rij die daar stonden.

Bij Sondel begon de bezetter in het begin van 1941 met de onteigening van enkele huizen en gronden en werd in de koude winter (vandaar wellicht de naam Eisbar) van '41 begonnen met de bouw. Medio februari werden de fundamenten gestort van bunkers en radarinstallaties en in maart '42 werden de barakken gebouwd en op 1 juni 1942 waren de telefoonverbindingen met enkele andere radarstations gereed. De bouw werd overigens uitgevoerd door lokale arbeiders en tegen een goede betaling. De eerste zestig militairen van de verbindingstroepen vonden eerst nog onderdak in het dorp. Na de houten barakken werden er bunkers gebouwd, waar zo tegen 1943 zo'n 400 mensen verbleven. In februari 1943 vertrokken er een aantal naar het Oostfront , waar het Russsische front (sinds Operatie Barbarossa mei 1941) steeds meer nadarbij kwam en kwamen er vrouwelijke soldaten.

  

In die tijd was het kamp zo'n 50 hectare. Uit inlichtingenrapporten blijken er dan 46 telefoonverbingen operationeel te zijn. Op 16 april 1945 trokken ze weg uit Eisbar na hun apparatuur onhandig te hebben opgeblazan. Zo waren er naderhand nog wel wat onderdelen in goede staat.Hier staan nu vakantie woningen. Op de camping is een maquette van het station en zijn er enkele uitrustingsstukken te zien.

De totale bezetting was ongeveer 400 man. Deze post werd in 1943 in gebruik gesteld.

Stellung 2e Ordnung Eisbar - Sondel
Provincie: Friesland
Luftwaffen-Nummer 22
Operationeel: van - tot  
Apparatuur: xxxxx
Koordinaten (WGS84) N 52? 22, O 4? 32
Eenheden 10. schw. Flugm.-Leit-Kompanie II./LN-Rgt 223/8.201
Veldpostnummer xxx
zug. Fluko xxx

 

Radarstation Gazelle te Veendam

In iets meer dan vier drie jaar tijd werd door de Duitsers in Nederland tussen 1940 en 1945 een enorm netwerk van verbindingen, radar en geleidingssystemen gebouwd, verspreid over het hele land zodat in elk deel van ons grondgebied informatie- en controle uitgevoerd kon worden. De duitsers noemde dit soort systemen Funkmess-stellungen en deze werden gecontroleerd door hun Luftwaffe.Ook de Kriegsmarine had een taak om het gebied te beveiligen tegen aanvallers die via zee zouden kunnen komen.Zij waren vanzelfsprekend langs de kust opgesteld, vanaf Delfzijl tot Walcheren en ook op de waddeneilanden. Hiervoor gebruikten ze als basis de Freya en daarnaast een heel aantal verschillende ontwikkelingen. Al deze radarstations kregen op zeker ogenblik te maken met overvliegende bommenwerpers op weg naar doelen in Duitsland. Er was een systeem van trapsgewijze rapportage aan stellingen die een groter overzicht over de landkaart hadden om te begrijpen wat er precies zich afspeeld ein de lucht. De Luftwaffe noemde dit de Luftlage. In het noorden van Nederland was een dergelijke stelling: Gazelle. Een radarstation met een verkijkende radar (Jagdschloss 120km) die in staat was de Luftlage in het noorden van Nederland in te schatten.

En dat moest redelijk snel gebeuren en gerapporteerd worden aan Divisie Gefechtsstand Schaarsbergen en Stade en Berlijn. Hierbij twee kaarten die tot in details aangeven wat waar stond. Allereerst de kaart met de cirkels die het bereik van de radarstations aangeven in cirkelvorm. Dergelijke sectoren gaven aan tot waar de radars werkzaam waren.Aanduiding als /201 geeft aan dat een dergelijk station werd bemand door Ln.Rgt 201.Dit Regiment werd in het begin van 1944 geintegreerd in Ln.Rgt 223. De kaart is van 1942.

 

Radarstation Hase te Hardewijk

Hase in Harderwijk was een van de eerste radarstations die in gebruik werd genomen in Nederland als onderdeel van de Himmelbett verfahren.
De aanleg begon in januari 1942 en bestond uit een Wurzburg Riese ( FuSe 65 ) en een Freya Fahrstuhl ( FuMo 401 )
Bij de installaties bouwde men een aantal houten barakken en een stenen keukengebouw.
De gehele installatie werd beheerd door de 14./Flugmeldeleitkompagnie III ./LnRgt 201
Binnen het systeem van de Himmelbett coderingen kreeg het LwNr. 20.
In juni 1944 werd de stelling uitgebreid met nog een Freya ( echter geen Fahrstuhl.) , een tweede Wurzburg , 1 Jagdschloss en twee Y peilers .
Door deze opwaardering van deze apparatuur werd het een radar stelling van de 1e Ordnung waarbij tevens het personeel werd vervangen door leden van de 21./Flugmeldeleitkompagnie III /LNRgt.233 met feldpstnr. 49551.
De stelling werd verlaten in april 1945.
Tegenwoordig loopt een deel van de snelweg A28 over het gebied van de radar stelling en zijn vlak langs de snelweg de beton sokkel van de Wurzburg Riese en de fundatie ring van de Freya Fahrstuhl nog aanwezig.

Wurzburg was de naam van een bepaald type radar van de Duitsers. In 1941 werd een vergrote versie van de Wurzburg-radar ge?troduceerd: de Wurzburg Riese (reuzen-Wurzburg). Deze had een sterkere zender, waardoor het bereik vergroot werd tot circa 70 kilometer. De Wurzburg gebruikte een bestuurbare schotelantenne en werkte op een frequentie van 560 MHz, een voor die tijd fenomenaal hoge frequentie. De Duitsers spendeerden veel tijd aan het ontwerp en hadden zo een erg goede radar ontwikkeld waarbij elke mogelijke vorm van frequentieverschuiving vermeden werd.

 

 

In de oorlog stonden er nog geen woningen op de stadsweiden en was dit gebied door de Duitsers ingericht voor de Stelling Hase .gebied was goed te bewaken door aan de ene kant de spoorlijn en de natuurlijke grenzen van het bos en het water. Er stonden ongeveer 20 houten barakken en nog enkele tenten. Het gebied werd beveiligd met een binnen en buiten versperring. En er liepen over de stadsweiden 20 telefoonkabels naar het postkantoor in de stad.

Op het terrein stonden o.a. twee  Wurzburg Riese . Met dit type radar kon men een vliegtuig eenmaal opgevangen door een  Freya radar  met deze radar verder volgen zodat ze uiteindelijk neergeschoten konden worden door het luchtafweergeschut.

1:Freya Fahrstuhl, 2:Freya, 3:Wurzburg Riese (valt net buiten deze afdruk), 4:Flak (basis info van tekening verzet), nrs 5: tot 9. Houten onderkomens/waarschijnlijk, 6:Onderkomens/verblijven (basis info zie tekening verzet), 7:MG - wachtpost , 8:Wurzburg Riese (zie ook de kenmerkende omheining), 9:Loods/onbekend/camouflage ?, 10:Flak/kanon(onbekend), 11:Wassermann (vermoedelijk)


In de tijd van de oorlog waren er nog weinig navigatie middelen en Harderwijk was een duidelijk zichtbaar punt vanuit de lucht dat goed op de route naar doelen in het roergebied lag en ook was er weinig luchtafweer op deze route omdat men niet over de grote steden heen hoefde te vliegen. Voor de Duitsers was Harderwijk ook ideaal door de ligging aan het IJsselmeer kon er veilig worden geschoten op bewegende doelen als schepen en vliegtuigen. Hierom was het ook niet verwonderlijk dat de Duitsers hier hun luchtafweer plaatste en ook hun opleidingsinstituut voor de FLAK (luchtafweer) in juli 1942 vestigde.
De Luftwaffe was gehuisvest in de Jan van Nassau Kazerne, deze was net als de overige kazernes in Harderwijk en omgeving in beslag genomen door de Duitsers.

Bij Harderwijk zijn 117 geallieerde vliegers, waaronder Amerikanen, Britten, Canadezen, Zuid-Afrikanen en Nieuw-Zeelanders, om het leven gekomen. 45 militairen van de Royal Air Force begraven op de Harderwijk General Cemetery.

Op woensdag 18 april 1945 bevrijdden Canadese troepen Harderwijk.
 

Stellung 1e Ordnung Hase - Harderwijk - Gelderland
Provincie: Gelderland
Luftwaffen-Nummer 20
Operationeel: van - tot  
Apparatuur: W-R 2x - Freya-Fahrstuhl- Freya-Jagdschloss-Y 2x- Wass. ;
Koordinaten (WGS84) N 52? 20, O 5? 36
Eenheden 21. schw. Flugm.-Leit-Kompanie III./LN-Rgt 223-14./201
Veldpostnummer 49531
zug. Fluko Zwolle
 JLO  Shuhen

 

Vliegbasis "Wespennest" te Leeuwarden

Tijdens de mobilisatie werd de luchthaven van Leeuwarden bewaakt door een kleine groep militairen. Deze militairen viel de twijfelachtige eer ten beurt om een Duitse Heinkel 111K waar te nemen. De Duitsers waren bezig met verkenningen en ook Leeuwarden werd daarin meegenomen. Vanuit Berlijn werd de gehele actie - na een officieel protest van Nederlandse kant - volledig ontkend. Later bleek echter dat ze vliegveld Leeuwarden wel erg goed wisten te vinden. Op 10 mei 1940 vlogen de eerste Duitse jagers al vroeg in de ochtend laag over het veld, maar ze troffen het veld in onbruikbare staat aan. Nadat het veld in Duitse handen was gevallen, werd er al snel gewerkt aan de opbouw van een echte vliegbasis. Eind juni stonden de eerste jagers al op vliegbasis Leeuwarden. 
In de jaren daarna werd Leeuwarden veelal gebruikt door nachtjagers en stond daarmee al snel bekend als 'het Wespennest'.
 

1e rij zittend van links naar rechts: Heinrich Ruppel, Siebeneicher, Helmut Lent, Sch?bel
2e rij staand van links naar rechts: Paul Gildner, Karl-Heinz V?lkopf, Leopold Fellerer, Rudolf Sigmund, Rhinow, Johannes Richter, Egmont zur Lippe-Weissenfeld, Schreiber
3e rij staand achter van links naar rechts: Robert Denzel, Wolfgang Kuthe, Eberhard Gardiewski, Schauberger, Herman Greiner, Ludwig Becker, Oskar K?tler

 

In de periode van eind 1940 tot eind 1944 werden er zo'n 400 Geallieerde toestellen neergehaald door de Duitse vliegtuigen die van Leeuwarden waren opgestegen. Om die reden werd het veld ook herhaalde malen door de geallieerden aangevallen. In het begin gebeurde dit door kleine groepen lichte aanvalsvliegtuigen. Tegen het eind van de oorlog werden de aanvallen steeds zwaarder. In februari 1944 werd de basis zwaar beschadigd door 46 Amerikaanse B-26 Marauders bommenwerpers. Het veld bleef echter in gebruik tot april 1945. De vliegbasis werd in die dagen wederom zwaar beschadigd, echter nu door de Duitsers zelf. De startbanen, bunkers en andere gebouwen werden opgeblazen, waarna de bezetter het terrein vernield achterliet.

Bombardement op vliegveld Leeuwarden op 24 februari 1944

 

De nachtjagers

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was de Duitse Luftwaffe nauwelijks voorbereid op een oorlog waarin ze zich moesten verdedigen. Er werd door het Hitler-regime helemaal niet aan verdedigen gedacht, alleen maar aan aanvallen. Dat veranderde al snel toen de Britse Royal Air Force ?s nachts voortdurend aanvallen ging uitvoeren op Nazi Duitsland. Toen moest de Duitse Luftwaffe plotseling gaan nadenken over tactieken om het Vaterland te beschermen.

Er moesten hele Jagdgeschwaders worden opgericht en piloten worden opgeleid tot nachtjagers. Ook moesten er vliegtuigen  worden aangepast om speciaal als nachtjager te dienen. Dat ging verder dan de vliegtuigen zwart verven, zodat ze in het donker nog minder opvielen. Vooral werden er grote antennes op de neus van het toestel gemonteerd. Hiermee signalen konden worden opvangen van Britse vliegtuigen als ze radiocontact hadden. De nachtjager kon zo ongezien naderbij sluipen tot de piloot het vijandelijke toestel kon zien in het donker.

De tweemotorige Messerschmitt Bf-110G nachtjager. Met de antennes voorop het toestel konden in het donker vijandelijke vliegtuigen worden opgespoord

 

De Duitse piloot manoeuvreerde zijn nachtjager achter- en onder het Britse toestel. Vervolgens trok hij al schietend de neus van het toestel omhoog. Hierdoor werd het vijandelijke toestel van voor tot achteren met kogels werd besproeid. Het meest kwetsbaar is een vliegtuig tussen de vleugels. Daar hangen de bommen en bevinden zich de grote brandstoftanks. Goede kans dat een vliegtuig dat daar wordt getroffen vervolgens ook neerstort.

Er was echter ook een risico voor de aanvaller. Als de bommen afgingen tijdens de aanval, explodeerde het hele toestel van de vijand. De aanvaller moest dan dwars door de rondvliegende brokstukken heen vliegen, iets wat ook fataal kon aflopen voor de aanvaller.

Britse bommenwerpers, met name de viermotorige Avro Lancaster hadden een grote ?blinde vlek? aan de onderzijde van het toestel. Er was daar geen geschutskoepel of observatieraam waar doorheen kon worden gespeurd naar nachtjagers. Duitse nachtjagers wisten zulke zwakke plekken genadeloos uit te buiten en hebben zo heel veel Lancasters neergehaald door ze van achter-onder te benaderen en uit de lucht te schieten. De Luftwaffe probeerde de Britse bommenwerpers die ?s nachts naar Duitsland vlogen het liefst op de heenweg al tegen te houden. Dan hadden ze hunnen bommen nog niet op Duitsland kunnen afwerpen. Een tweede kans kwam er voor dezelfde nachtjagers als de Britse bommenwerpers op de terugweg waren naar Engeland. Soms al beschadigd door Duitse luchtafweer rond het doel

Nachtopname van de lichtsporen van Flieger Abwehr Kanonen (FLAK), de Duitse luchtafweer vanaf de grond.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat van alle vliegtuigen die in de Tweede Wereldoorlog in het Europese deel van de oorlog zijn neergekomen. Ruwweg de helft in Nederland is neergekomen: meer dan 6.000 toestellen. In geen enkel ander land in Europa zijn zoveel vliegtuigen neergekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

Vliegbasis  te Bergen

Het militair vliegveld bij het Noord-Hollandse Bergen stamt uit 1937. Het had vanaf het begin te maken met grote drassigheid. De kosten om dit te verhelpen vond het ministerie van Defensie te hoog. Hierdoor konden de Fokker G.1?s van de 4e Jacht Vliegtuig Afdeeling (4e JAVA) alleen starten vanaf het betonnen platform voor de hangars.

Het drassige terrein in de Bergermeer was niet direct geschikt om als luchthaven te dienen. Er moest veel werk worden verricht voor het vliegveld om sloten te dichten, het land te egaliseren en te draineren, duinzand aan te voeren en hangars te bouwen. Op 17 juli 1939 kon het vliegveld Bergen in gebruik worden genomen.

Tekening van het terrein van het vliegveld, zoals gepubliceerd in de Alkmaarsche Courant van 11-11-1937. Het noorden is rechts.

Bron: Regionaal Archief Alkmaar.

Op 10 mei 1940 raakten alle toestellen beschadigd bij een Duitse luchtaanval. De vrees dat het Bergense vliegveld doelwit zou worden van vijandelijk vuur werd spoedig bewaarheid. In de vroege ochtend van vrijdag 10 mei 1940 verschenen de eerste Duitse jagers en bommenwerpers boven de Bergermeer. Er volgde een drie kwartier durend bombardement. De bombardementsvluchten trokken veel bekijks. Na de Nederlandse overgave begonnen de Duitsers met het herstel en de uitbreiding van het terrein. Naast vliegtuigopstelplaatsen bouwden ze onderkomens, legden wegen aan, verbeterden de landingsfaciliteiten en draineerden het terrein.

De hangar van vliegveld Bergen in april 1940

 

Het wrak van Fokker G.1 Mercury 331 van de 4e Jachtvliegtuigafdeling op Vliegveld Bergen. Op de achtergrond rechts hangar 6 en de Fokker G.1 met registratie 310. 10 Mei 1940.

Na de capitulatie werd onder supervisie van de Wehrmacht begonnen met het herstel van het gebombardeerde vliegveld. De aanvliegroute werd met lichten gemarkeerd en het vliegveld werd voorzien van een cordon bunkers voor de luchtafweer. Aan het begin van de zomer van 1940 was het vliegveld klaar. De Duitsers stationeerden er de 9./JG 54. Deze eenheid beschikte over de Messerschmitt BF 109E. Na aankomst van de 7. en 8./JG 54 voerde de Gruppe de opgedragen operationele taken uit. Bijvoorbeeld luchtverdediging, kustbewaking en het escorteren van schepen of konvooien.

De Messerschmitt Bf 109E van de Geschwaderkommodore van het JG 1, Oberstleutnant Carl Schumacher, draait in juni/juli 1941 de motor warm voor een van de kleine vliegtuigloodsen op vliegveld Bergen. Op de achtergrond is een grote, als boerderij gecamoufleerde, hangaar zichtbaar.

De Duitse bezetter maakte overigens beperkt gebruik van het goed gecamoufleerde vliegveld. Voor zware vliegtuigen was het ongeschikt. Het fungeerde als onderafdelingvliegveld van het vliegveld Leeuwarden.

Op Bergen was een aantal jaren een ?Dunkelnachtjagdkommando? van het NJG 1 gevestigd. Op 10 juli 1941 bezocht de Geschwaderkommodore van deze eenheid, major Wolfgang Falck, het vliegveld voor een bespreking over samenwerking tussen dag- en nachtjagers. Op de foto is Falck (met witte zomerpet) in gesprek met Oblt. Hans Curt Graf von Sponeck, de Staffelkapit? van de 1.(E)/JG 3. Een onbekende officier (mogelijk Falcks adjudant), Oblt. Heinrich Ruppel, Lt. Rudolf Sch?ert en Oblt. Egmont Prinz zur Lippe-Wei?nfeld (vlnr) kijken van gepaste afstand toe. Op de achtergrond zijn de voormalige Nederlandse hangaars, die inmiddels zijn gecamoufleerd als boerderij, duidelijk zichtbaar.

Van een permanente stationering was geen sprake. Bommenwerpers gebruikten het vliegveld soms als uitwijkbasis. Enkele dagen na D-day, op 10 juni 1944, richtten de Duitsers er zware vernielingen aan. Na de bevrijding is Bergen nooit meer als vliegveld gebruikt.

2 Mei 1945: een Boeing B-17 boven het vliegveld Bergen met links de resten van de door de Duitsers gebouwde schijnmolen en rechts de resten van Hangar 5.

Naarmate de oorlog zijn einde naderde werd het vliegveld meer een mikpunt van geallieerde acties. Het zwaarste bombardement vond plaats op donderdag 4 mei 1944 toen op klaarlichte dag Amerikaanse bommenwerpers het terrein bestookten. Het vliegveld werd onherstelbaar beschadigd. Het vliegveld Bergen werd afgeschreven. Na de landing van de Geallieerden in Normandi?op 6 juni 1944, bliezen de Duitsers het vliegveld op.

Uiteindelijk kreeg het terrein een bestemming als mobilisatiecomplex van de Koninklijke Landmacht. Tegenwoordig herinneren enkele door de Duitsers gebouwde bunkers en wegen nog aan de bezettingstijd.

 

Samenvatting

 

De Radarstrijd tussen de Duitsers en Geallieerden

De Radarstrijd was een wedloop in de Tweede Wereldoorlog tussen de geallieerden en de Duitsers aangaande deze Duitse uitvinding door Christian H?smeyer. Beiden zijden beschikten over een soortgelijke radar, maar de geallieerden waren een grote stap voor op dit elektronisch-technologisch gebied, tegenover de asmogendheden.

In januari 1941 werd er een nieuw soort radar, dat kleiner en gemakkelijker te bedienen was, gemonteerd in vliegtuigen van Coastal Command en op enkele Britse escorteschepen. Die vliegtuigen konden toen ook 's nachts, het moment dat de meeste aanvallen plaatsvonden, hun aandeel leveren in de jacht op vooral Duitse maar ook Italiaanse onderzee?s. De escorteschepen hadden het voordeel dat ze een U-boot konden lokaliseren als die aan de oppervlakte voer en veilig was voor hun sonar. Ze konden de vijand rammen of dwingen te duiken, waarna ze hem met hun sonar konden opsporen en met dieptebommen vernietigen.

Terwijl de Britten op die manier hun technische kennis konden uitbuiten, bleef de ontwikkeling van de radar in Duitsland ver bij hen achter. Duitsland bezat sinds 1935 radartoestellen die met een golflengte van 50 cm werkten, maar de Duitse technici hadden geen vertrouwen in een verdere ontwikkeling van die apparatuur, en lieten na de mogelijkheid van een kortegolf-radar te onderzoeken. De gevolgen daarvan werden in 1940 en 1941 door Hitler nog erger gemaakt, toen hij alle radarexperimenten liet stopzetten wegens lage prioriteit. Begin 1941 waren de Britten in staat goed gebruik te maken van hun nieuwe radar-apparatuur, toen ze patrouillevluchten gingen organiseren vanaf vliegbases op IJsland die het jaar daarvoor bezet waren door de geallieerden. De U-502, U-165, U-578, U-705 en U-751 werden met behulp van radar opgespoord en vernietigd. Toen de Duitsers een H2S radar vonden in een neergestorte Britse bommenwerper, ontwikkelden ze in allerijl de Naxos-radardetector.

Toen de Home Fleet, waaronder HMS Hood en HMS Prince of Wales de Bismarck aanviel op 24 mei 1941, waardoor HMS Hood vernietigd werd en daarna, in de fatale zeeslag voor het Duitse slagschip van 27 mei 1941, dachten de Britten dat de Duitsers met hun radar - door hen genoemd: een "matras"-radar in de mast - die maar een beperkt waaier-bereik had (de Duitse radar draaide niet rond) - zeer nauwkeurig inschoot op de Britse oorlogsschepen, met behulp van een vernieuwd Duits radar-geleidingssysteem. De Britten wisten toen op dat moment niet, dat zij v?r stonden op de Duitsers, op dit technologisch gebied.

 

Hoe het werkte aan Duitse kant: Zie onderstaande film ...

 

Hoe het werkte aan Engelse kant: Zie onderstaande films ...

     

 

Update: 12 februari 2017

 

 

_______________________________________________________________________________________________________________________________

Copyright 2001 - 2017 Karigro. Alle rechten voorbehouden  |  Colofon  Privacy  |  Disclaimer