Westfriesland in Oorlog '40-'45 "Verzet"

 

Radio Oranje, "De stem van strijdend Nederland", was een radioprogramma van de Nederlandse regering in ballingschap in Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het programma duurde een kwartier en werd om 9 uur 's avonds uitgezonden door de European Service van de BBC in Londen. De eerste uitzending vond plaats op 28 juli 1940 en werd gevuld door Koningin Wilhelmina. De vorstin maakte van dit programma in totaal 34 maal gebruik om het Nederlandse volk moed in te spreken. E? van haar beroemd geworden krachtige uitspraken was onder meer: "Wie op het juiste oogenblik handelt, slaat den Nazi op den kop. Ik heb gezegd." .

Vanaf oktober 1942 werd Radio Oranje met de radiozender De Brandaris samengevoegd, die ook in Londen was opgericht voor Nederlanders ter zee. De naam bleef Radio Oranje, maar de meeste medewerkers waren afkomstig van De Brandaris, waar men een veel persoonlijkere manier van communiceren had. Meer dan voorheen werd actief opgeroepen tot verzet.

Na de bevrijding van het zuidelijk deel van Nederland, begonnen ook weer radio-uitzendingen vanaf Nederlands grondgebied: vanuit Eindhoven onder de naam Radio Herrijzend Nederland.

 
Uitzendingen vonden iedere dag plaats om 9 uur 's avonds (Nederlandse tijd). De openingstune van het programma was het geuzenlied In naam van Oranje doe open de poort. Alle tekst werd vooraf zowel door de Britse autoriteiten als de Nederlandse Ministerraad doorgenomen op gevoelige informatie en taalgebruik. Hierdoor waren de uitzendingen vrij formeel.

Tijdens de radio-uitzendingen werden ook codeberichten (zogenaamde 'bijzondere berichten') verzonden voor het verzet in Nederland, zoals "Bericht van Bob voor Jan: blijf op de plaats waar je bent" en "De kachel brandt haast nooit". Ook werden burgers die in de buurt woonden van bijvoorbeeld kazernes van de Sicherheitsdienst en Wehrmacht gewaarschuwd voor aanstaande aanvallen van de Royal Air Force.

Bekende medewerkers waren Loe de Jong, Jan de Hartog, Meyer Sluyser, George Sluizer, Herman de Man, H.J. van den Broek en A. den Doolaard. In het cabaretprogramma zong Jetty Pa?l, koosnaam: 'Jetje van Radio Oranje'.

De Nederlanders moesten in het geheim luisteren, omdat de Duitse bezetter het luisteren naar de Engelse zenders had verboden en later de bevolking had verplicht alle radio-ontvangers in te leveren. Toch hielden velen hun radio's en verborgen ze.

Blijkens een recent promotieonderzoek van historicus Onno Sinke zou de zender daadwerkelijk verzet tegen de Duitse bezetter echter nauwelijks hebben aangemoedigd en daar ook niet doorslaggevend voor zijn geweest: "Radio Oranje werd minder beluisterd dan Nederlanders na de oorlog aangaven. Ruim driekwart zei te hebben afgestemd op de zender, in werkelijkheid waren het er minder".

Uitzendingen waren te beluisteren op 1500 meter (lange golf), 373, 285 en 261 meter (middengolf) en de 49-, 41- en 31-meterband (korte golf). Door Duitse stoorzenders was Radio Oranje op veel plaatsen alleen via de korte golf te beluisteren. Aangezien radiotoestellen met ontvangst van korte golfzenders pas vanaf 1935/36 op de markt waren gekomen, kon dit dus alleen met nieuwere radio?s (ongeveer een kwart van de toestellen). Sommige mensen maakten gebruik van een zogenaamde Moffenzeef om het stoorsignaal van de Duitsers te elimineren. Daarnaast bracht een kristalontvanger uitkomst: als men de juiste spoel had, kon Radio Oranje storingsvrij beluisterd worden met behulp van een koptelefoon; elektriciteit was daarvoor niet nodig

Staat in een staat

In de loop van 1944 was het verzet bijna een staat in een staat geworden. De LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) zorgde voor de onderduikers. Tijdens zogenaamde 'beurzen', regionale vergaderingen, regelde men welke groep welke onderduikers onder zijn hoede zou nemen.

 

Enkhuizen in de Oorlog

Knokploegen, de KP's, zorgden voor voedsel, distributiebonnen en al het andere wat nodig was. Deze groepen voerden overvallen uit op distributiekantoren en gemeentehuizen. De KP's waren bewapend, eerst nog met een enkel gestolen Duits pistool of het wapen van een politieman. Later werden ze vanuit Engeland bevoorraad. Honderden containers aan parachutes, gevuld met wapens en voorraden, landden in de verschillende droppingzones in West Friesland en de Wieringermeer.
Ondertussen werd een verbeten strijd met de Duitsers gevoerd. De gemiddelde Duitse soldaat had ?n doel: overleven. Ortskommandant in Enkhuizen Pruis was daarvan een voorbeeld. Maar het verzet had ook te maken met fanatieke SD'ers en SS'ers; ook berucht waren de Nederlandse Landwachters. Door hun optreden moesten vele verzetsmensen hun activiteiten met de dood bekopen.

Vanaf juni 1944 was Arie (Flip) Fluitman de leider van de KP, die in heel oostelijk West-Friesland opereerde. Het werd voor de KP's steeds urgenter om aan bonkaarten en eten te komen voor de vele onderduikers. Na de Slag om Arnhem staakten de Nederlandse Spoorwegen. En de Duitsers verboden, als represaille, alle voedseltransporten naar west-Nederland. Door het gemeentehuis van Venhuizen te overvallen veroverde men een enorme voorraad bonnen. Ook kreeg men de voedseldepots van de Wehrmacht in het vizier: de zuivelfabrieken in Twisk, Binnenwijzend en Wervershoof en de ijsfabriek in Enkhuizen.In de nacht van 18 op 19 november was de ijsfabriek van Enkhuizen aan de beurt om leeg gehaald te worden. Twee grote polderschuiten hadden de mannen van de KP nodig om al het voedsel te vervoeren.

Tientallen vaten boter, meer dan 1.000 kg, honderden worsten, 25.000 eieren en 700 kg ingevroren vlees konden verdeeld worden onder de onderduikers en hun 'gastgezinnen'.

De voorbereidingen voor die overval en dat waren er heel wat, werden gemaakt. Men moest rekening houden met de bewaking van dat koelhuis en waar men zolang met die spullen naar toe moest. Dat was ook een opgave apart, want een paar eieren stop je in je broekzak, maar als het er duizenden zijn wordt het een ander praatje. En dan nog wat er verder volgde aan boter, vlees, eieren enz. Maar het kwam voor elkaar en op een nacht was het dan zover. In totaal werkten er 80 mensen aan mee en ieder wist wat er van hem verwacht werd.

De KP uit oostelijk West-Friesland, met de Enkhuizer ?Flip? Fluitman staand, vierde van links.

Er waren verschillende motorschuiten uit Andijk, die 's nachts achter de Vest in Enkhuizen, in het donker lagen te wachten. Ze zouden geladen worden met de vreemdste vracht die ze ooit vervoerd hadden. En de kraak gelukte, en wel zo goed, dat de Duitsers geen worst meer terugvonden. Het hele koelhuis was leeggehaald, en alles werd nog diezelfde nacht naar Andijk gevaren. De hele vracht werd opgeslagen en goed verstopt in de hooiberg van een boerderij.

Tot zover was alles goed gegaan, maar nu kwam misschien nog het moeilijkste van alles. De hele vracht moest door het land vervoerd worden. Voordat men daar echter mee zou beginnen, kwamen de Duitsers al in actie. Die waren na de ontdekking van het lege koelhuis natuurlijk witheet, en verwoed begonnen ze de omgeving af te zoeken.

Dat het de Duitsers nogal ernst was, bleek wel uit het feit, dat ze zochten met speurhonden. De mensen van de ondergrondse bleven niet wachten tot ze er waren, maar verspreidden de hele vracht over verschillende veldersboeten in het land. Maar ook dat was maar een betrekkelijke oplossing en lang niet veilig. Hoe meer mensen wisten van het bestaan van die enorme voorraad, zoveel te gevaarlijker werd het. Toch kwam practisch alles op de plaats van bestemming. Later is alles weer met motorschuiten, veilig verborgen onder bieten en uien naar Broekerhaven gevaren en van daaruit is het weggebracht met een vrachtschip.

De anders zo gematigde Ortskommandant Pruis reageerde nu uiterst fel. Burgemeester Broere liet aanplakbiljetten verschijnen waarin met harde straffen gedreigd werd. Wat die inhielden wist de bevolking maar al te goed. Willekeurige burgers zouden opgepakt en ge?ecuteerd worden. Maar Pruis en Broere gaven de bevolking een uitweg. Als men er voor zorgde dat de buit weer terugkwam of als men 25.000 gulden betaalde, zouden de gevolgen beperkt blijven. De 25 mille werd razendsnel ingezameld.

 
Daags na de overval werd de diefstal bekendgemaakt door het stadsbestuur. De burgers van Enkhuizen werden opgeroepen geld te doneren om de Duitsers ervan te weerhouden ernstige maatregelen te nemen.  


In de illegale 'de Klaroen der Bevrijding' ergerde men zich daaraan: "men zag mensen zo een tientje betalen, terwijl dezelfde 'helden' aan een colporteur voor onderduikers nog geen stuiver betaald had". Veel Enkhuizers vonden de overval op het ijspakhuis uiterst onverantwoordelijk. Men was bang voor Duitse represailles.
Na de oorlog, op 9 juni 1945, stond er een advertentie in de Enkhuizer Courant. Het comit?dat verantwoordelijk was voor de inzameling van het geld had op een of andere manier tachtig procent van het geld uit handen van de Duitsers weten te houden. Ze stelden voor het geld aan een fonds voor oorlogsslachtoffers te schenken. Maar je kon ook een deel terug krijgen. Hoeveel Enkhuizers hun geld terug gevraagd hebben weten we niet.

 

Wervershoof in de Oorlog

Razzia 25 januari 1945 - Duitse overvalwagens verschenen in de vroege morgen in het dorp en hadden het duidelijk voorzien op de woningen van de verzetsmensen. Jan Langedijk werd in de overvalwagen afgevoerd, Jan Lodder werd fietsend bij de Nieuwstraat opgepakt en Johnnie Huibrecht werd bij Jan Lodder opgepakt. Bij de familie Pronk hebben ze geen overval gedaan.
?Ik zei tegen Langedijk: ?Pak je fiets, neem je verzekeringsboekje mee, blijf zo rustig mogelijk en fiets weg!? Ik zag dat Langedijk van angst en ontzetting volkomen van de kaart was. Hij is inderdaad het huis uitgelopen en ... ja, ik heb hem nooit weer gezien.? vertelt Hovenga die getuige was deze dag.
Piet Stokhof wist die morgen aan de arrestatie te ontkomen, doordat ze Klaas Schoenmaker (iemand die ook actief was in het verzet) aanzagen voor Piet Stokhof. Piet Stokhof zocht meteen contact op met de knokploeg van West-Friesland om de gearresteerden meteen weer te bevrijden. Toen hij die middag terugkwam om degene die achtergebleven waren op de hoogte te stellen van de bevrijdingsactie, waren de Duitsers daar opnieuw. Hij vluchtte en verstopte zich onder een schuurtje en later probeerde hij over het ijs weg te komen. Hij zakte echter door het ijs en werd alsnog opgepakt.
De arrestanten werden verzameld op de Dorpstraat en werden daarna afgevoerd naar Medemblik. Na het verblijf in Medemblik zijn ze naar Alkmaar overgebracht en ook na een kort verblijf daar zijn ze naar Amsterdam in de gevangenis op de Weteringschans overgebracht.
Nico Akkerman werd ook gezocht op 25 januari, maar was niet te vinden en is daardoor aan de eerste razzia ontsnapt. Ondanks deze gebeurtenis bleef hij zich toch vrij bewegen en dook niet onder. Bij de razzia van 3 februari 1945 moest hij zich verschuilen in een schuilruimte boven de hal van de school. Door domme pech trapte iemand door het plafond op het moment dat de Duitsers daar stonden. Nico Akkerman werd toen gearresteerd en hij kwam ook terecht in de gevangenis aan de Weteringschans.
Piet Pronk was op zijn werk toen hij hoorde van de arrestatieberichten. Hij dacht dat ze hem niet moesten hebben, maar later die middag werd ook hij gearresteerd en meegenomen. Zijn broer Arie was tijdig weg. 12 februari is hij naar het Huis van bewaring gebracht in Amsterdam aan de Weteringschans. Daarna is hij van concentratiekamp naar concentratiekamp gegaan en hij eindigde in kamp W?belin in Ludwiglust. Op 2 mei 1945 is dit kamp door Amerikaanse troepen bevrijd. Piet Pronk was ook bevrijd en is daarna doodziek opgenomen in het Reserve Lazaret te L?theen, Mecklenburg. Hij was te uitgeput van alle ellende dat er geen redding meer voor hem bestond. Hij overleed op 12 mei 1945.
Ook Simon Koopman wist aan zijn arrestatie op 25 januari te ontkomen. Dat kwam omdat hij naar de Maaslinie was gegaan om het Engelse leger te bereiken, maar dit lukte niet. Hij ging naar de Maaslinie omdat Simon al eens eerder in de handen van de Duitsers terecht was gekomen, maar wist toen te vluchten. Meteen daarna stuurde hij zijn gezin het huis uit voor de veiligheid. Simon Koopman, de Zwarte Broeder genoemd door de Duitsers, was op verschillende plaatsen in het dorp ondergedoken. 3 februari 1945 kwamen de Duitsers op bezoek bij fam. Koopman, maar Simon Koopman was er niet. Simon Koopman was op dat moment op weg naar Andijk en reed langs het huis en wilde tabak halen en even gedag zeggen.
Hij zag de Duitse wachters te laat en werd in een poging om weg te komen neergeschoten in zijn rug. Simon Koopman stierf in de armen van zijn moeder.
?Liever als een held te sterven dan als een slecht mens te leven,? waren waarschijnlijk zijn laatste woorden.
Na de oorlog is gebleken dat de razzia van 25 januari het gevolg is geweest van verraad. De daders zijn in juni 1945 opgepakt op grond van de Duitse W. Fischer (vanaf november 1944 Ortskommendant van het garnizoen in Medemblik). Wie de daders waren is niet bekend uit de informatie die ik heb gekregen.

Op 6 maart 1945 werd er een aanslag gepleegd door degene van het verzet die nog niet waren opgepakt om een Duitse vrachtauto te bemachtigen om vlees te vervoeren. Maar het was de auto van de H?ere SS-und Polizeif?rer Rauter (de hoogste bevelhebber van de Duitse politie in Nederland) die werd aangevallen in plaats van de vrachtauto, een domme fout. De chauffeur en de mede-inzittenden kwamen om het leven en Rauter raakte zwaargewond. De wraak van de Duitsers was verschrikkelijk: op 8 maart werden 117 oorlogsgevangenen uit verschillende gevangenissen op de plaats van de aanslag ge?ecuteerd. Daarna volgen er nog 53 executies in Amsterdam, 6 in Utrecht, 38 in Den Haag en 49 in Amersfoort. Dit waren samen 263 slachtoffers, dit maakt het ook meteen de grootste massa-executie van de Tweede Wereldoorlog.
Deze gebeurtenis is ook Jan Langedijk, Nico Akkerman, Jan Lodder, Piet Stokhof en Johnnie Huibrecht noodlottig geworden. Zij werden ook op 8 maart als slachtoffer aangewezen en werden per vrachtwagen naar het buurtschap Rozenoord gebracht, waar zij drie aan drie geboeid tegen de Amsteldijk in Amsterdam standrechtelijk gefusilleerd werden.

Molen De Hoop uit Wervershoof was onderdeel van het verzetsnetwerk in West-Friesland. Met de stand van de wieken werden berichten doorgegeven.

 

Zwaagdijk in de Oorlog

Kaartje met de belangrijkste droppingsvelden in de kop van Noord-Holland.

Droppingsveld "Oliver" - Een onderdeel van de ondergrondse droeg de naam van Knokploeg , kortweg K.P. De mensen, die daarbij waren, zaten ook om die wapens te springen en te kregen ze. Via geheime zenders werden er naar Engeland berichten gestuurd en daarin werd o.a. ook gevraagd om wapens. Niet zomaar van: "Stuur eens even wat wapens", maar door middel van codes.
Dat waren berichten waar de Ondergrondse alles van afwist, doch waar de Duitsers geen fluit van begrepen. Heel veel Nederlanders, die zo 's avonds stiekem naar Radio Oranje luisterden, waarschijnlijk ook niet. Want die omroeper zei soms de gekste dingen, die volgens
een buitenstaander nergens op sloegen.

Na de nieuwsberichten hoorde je de omroeper dan zeggen "Piet komt vanavond kijken" of "Zwaluwen komen terug in de lente" en "De appeltjes zijn nog altijd Oranje". Maar de mensen van de ondergrondse wisten dan wel hoe laat het was. Dan konden ze in de nacht van die datum op dat uur, een vliegtuig verwachten, dat wapens zou droppen.

Dat is in de weilanden in de omgeving van Spanbroek en Zwaagdijk herhaaldelijk gebeurd. Die speciale vliegtuigen vlogen soms alleen, maar ook heel vaak samen met de grote groepen toestellen die naar Duitsland gingen. E? vliegtuig hoor je meteen, maar als er honderden tegelijk overdreunden, viel ?n vliegtuig, dat zich losmaakte u it zo'n colonne helemaal niet op. De mensen op het "droppingsveld" stonden klaar. Op elke hoek van het bepaalde afwerpterrein stond iemand met een sterke lantaarn. Zodra ze dachten dat het vliegtuig in aantocht was, ontstaken ze hun lichten en schenen ermee in de lucht. Meestal vloog de piloot een keer over het terrein heen, en bij de tweede keer lieten ze de containers, dat waren hele grote bussen aan parachutes naar beneden. Zo gauw het vliegtuig z'n vracht kwijt was, werd alles met man en macht snel opgeruimd.



Dat dit vlug gebeuren moest is natuurlijk wel duidelijk, want als de Duitsers er achter kwamen waar zo'n dropping plaats vond, dan zouden ze er geen gras over laten groeien. Het is lang niet altijd goed gegaan, soms door verraad hadden de Duitsers zo'n droppingsveld al omsingeld. Wie ze bij dat soort gelegenheden arresteerden, moesten dat vaak met hun leven bekopen. Soms is het wel gebeurd, dat zo'n vliegtuig vanwege het slechte weer zo'n terrein niet kon vinden. Dan was al de drukte en het wachten in de koude nacht met regen en wind voor niets geweest.

Op 28 augustus 1967 ging de boerderij Oliver aan de Zwaagdijk in vlammen op. Hooibroei. Arie Galis: ?Voor de brandweermannen was het nog link werk. In allerlei hoeken en gaten bleek nog wat munitie te zijn achter gebleuen. Het knalde dat het een lieue lust was, maar er zijn gelukkig geen ongelukken gebeurd?.
 

Het was lang niet gemakkelijk en alles ging vaak anders dan men dacht. Toch zijn er ook veel droppings geweest, waar bij alles lekker liep. Op Zwaagdijk stonden de boerderijen die de namen droegen van "Oliver Parachutes" en "Ons thuis". Dat zo'n naam als "Oliver Parachutes" er na de oorlog pas is opgeschilderd is natuurlijk wel duidelijk.

Naar die beide boerderijen werden de wapens na zo'n dropping meestal heengebracht. Als de Duitsers eens geweten hadden wat daar gelegen heeft aan wapens, ze hadden de bewoners op staande voet doodgeschoten en de boerderijen platgebrand. Uit die boerderijen haalden de verschillende ondergrondse groepen hun wapens. Een paar dagen na zo'n dropping gingen een paar mensen bijv. met een schuit naar Zwaagdijk. De wapens werden ingeladen, een dekzeil of een andere schijnlading er over heen en dan weer terug. Per schuit was wel de veiligste weg, want in het land zag je zelden of nooit Duitsers. En wat was er nu onschuldiger dan een paar bouwers in een schuit.

 

Andijk in de Oorlog

Was de lading eenmaal in Andijk, dan kreeg ieder lid van de K.P. vroeg of laat wel z'n wapen. Zo is er na verloop van tijd door al die droppings een behoorlijk ondergronds leger ontstaan in Nederland, dat de beschikking had over allerlei soorten wapens. De mensen kregen nu die wapens wel, maar de meesten wisten niet hoe ze er mee moesten omgaan. Dat moest natuurlijk geleerd worden. Ze deden dat in een fruittuin langs de Nieuwe Weg een eind het land in. Dat was wel gevaarlijk maar men waagde het er maar op.
Op elke hoek van de tuin stond een wacht, die het land en de Nieuwe Weg, wat toen alleen nog maar een smal weggetje was, goed in de gaten hield.

Nu de Ondergrondse zelf ook goed bewapend werd, durfde ze steeds meer. Een overval op een vleespakhuis in Twisk leverde ook weer heel wat op. Daar werd ook weer door mensen van Andijk aan meegewerkt. De Duitsers zochten zich weer wild, hielden auto's aan, controleerden een ieder op de wegen, maar vonden niets. Toen de schuiten met de hele buit er in, met uien en bieten overdekt, in de sluis bij Opperdoes lagen, stonden de Duitsers er met hun neus boven op. Maar ze peinsden er niet over om de ladingen te controleren. Misschien hebben ze er niet eens bij stil gestaan dat er onder die uien en bieten nog wel eens wat anders kon zitten. De mensen in de schuit zullen toch wel even met de tenen krom gezeten hebben en blij geweest zijn, toen ze de sluis goed en wel achter zich hadden.

Ook die buit vond weer de goede weg naar de mensen die het heel wat harder nodig hadden dan de bezetters. Zo is er van alles bedacht om de Duitsers te vlug af te zijn.

Op een zondagmorgen reed er bij ?n van de mensen van de Ondergrondse in Andijk een ziekenwagen het erf op. En in plaats dat er een in ging kwam er een kerngezonde pati?t uit springen. Hij werd in Enkhuizen hevig gezocht, en deze manier was bedacht, om hem veilig en wel weg te werken. Er was geen Duitser, die het in z'n hoofd haalde om een ambulance met een ernstig zieke erin, aan te houden. Achteraf kun je om zoiets wel weer lachen, maar toen was het hoogst gevaarlijk. Voor de mensen die er mee te maken hadden, was het altijd een hele zorg hoe alles zou aflopen.

Op een zondagmiddag in de zomer, stond voor de kerk op de Middenweg,de Ortscommandant van Medemblik met een soldaat te wachten tot de dienst afgelopen was. Waarschijnlijk waren ze gekomen om papieren te controleren, anders waren ze wel met meer soldaten gekomen. Toch kon zoiets nog lastig genoeg zijn, want in de kerk zaten ook heel wat onderduikers en het was de vraag, of ze allemaal goede papieren bij zich hadden.

De Duitsers hadden er al ?n te pakken, die op straat liep te wandelen en te laat in de gaten kreeg dat de beide militairen voor de kerk stonden. Bij navraag had hij bepaald geen papieren bij zich, want in ieder geval moest hij tegen de muur van de kerk gaan staan en daar wachten. Een tweede, die hen ook te laat in de gaten kreeg, werd ook aangehouden. Ook geen papieren maar hij wist ze aan het verstand te brengen, dat hij vlakbij woonde en ze wel even zou halen. Ze vonden het nog goed ook. Maar dat hij niet meer terugkwam, spreekt vanzelf.

Ondertussen waren de mensen in de kerk ook gewaarschuwd, en de dominee liet de mensen het ene vers na het andere zingen, om de onderduikers de gelegenheid te geven schuil te kruipen. Achter het orgel liep een trap omhoog naar de koepel van het kerkgebouw. Weer anderen verdwenen door een gat onder de vloer. Toen de dienst afgelopen was, kwamen er alleen maar mensen uit het gebouw die voor de Duitsers niet belangrijk waren. In elk geval niemand, die vanwege zijn leeftijd in aanmerking kwam om voor soldaat te spelen. En die wel gecontroleerd werden, hadden geldige papieren.

't Is vast wel een teleurstelling voor de Duitsers geweest, die nog groter werd, toen bleek, dat tussen al het kerkvolk ook nog hun enige arrestant van die middag gevlucht was. Die was met de stroom kerkgangers meegelopen en had gemaakt, dat ie wegkwam.

Omdat er toch verder geen mens belangstelling voor hen had, zijn ze toen maar weer vertrokken, en konden de schuilkruipers in de kerk ook weer naar huis gaan. Het bijwonen van de kerkdiensten werd voor de onderduikers toch te gevaarlijk. Het was hier nu goed gegaan, maar we hoorden ook wel andere verhalen. In de grote steden omsingelden de Duitsers soms de kerken en arresteerden dan iedereen die daarvoor in aanmerking kwam. Daarom ging men hier bijeenkomsten houden bij sommige mensen aan huis, wat veiliger was, want de maatregelen van de Duitsers werden met de dag scherper.

 

Obdam in de Oorlog

West-Friesland is in de winter 1944-1945 een bruikbaar gebied voor het ?droppen? van wapens.Voor deze droppingsacties vliegen regelmatig piloten uit Engeland laag boven weilanden in de buurt van Wognum en Alkmaar. Meestal gaat het om wapens, maar ook laten de vliegtuigen af en toe kisten met kleding en spullen voor de ondergrondse werkers vallen. Goede kleren en warme schoenen zijn in die koude winter erg welkom. In Spanbroek werkt een verzetsgroep samen met papierwarenfabrikant Johan Hellema uit Zaandam. Hellema heeft bedacht hoe je wapens kunt afvoeren in een schip met een dubbele bodem. Hij is daarom een waardevol man voor het verzet. Om nieuwe plannen te bepraten is Johan Hellema zaterdagmorgen 10 februari 1945 bij leider Hil Schipper van de verzetsgroep aan de zomerdijk bij Spanbroek. Ook andere belangrijke kopstukken zijn die ochtend bij Schipper. De Alkmaarse chirurg Frederik Haverkamp bijvoorbeeld.En Tobias Biallosterski, een Amsterdamse verzetsman die een grote rol speelde als regelaar van de organisatie.Als kopstuk van de organisatie heeft Tobias een schuilnaam: om het lastig te maken om hem op te sporen, noemt iedereen hem Hans. Als de mannen met een auto richting Amsterdam gaan, komen ze bij Wognum de Duitse politie tegen. De agenten zien dat Hans Engelse laarzen draagt en vragen hem hoe hij daar aan komt. De Duitsers hebben natuurlijk vermoedens: zij kennen de geheimzinnige Engelse vliegtuigen boven West-Friesland en willen daar graag meer van weten. Daarom arresteren ze het groepje. Ze willen de mannen uitgebreid ondervragen. Ook de 20-jarige Wognummer Cor Wijnker wordt gearresteerd. Hij loopt toevallig in de buurt van de auto. Maar de Duitsers denken dat hij voor de verzetsmensen op de uitkijk staat. ?Ik zei nog dat ik er niks mee te maken had, maar ze geloofden me niet en namen me mee.?

Het verhoor in het Wognumse politiebureau gaat er hard aan toe. De agenten mogen natuurlijk niet zien dat de verzetsmensen belangrijke brieven bij zich hebben. Daarom verbrand ?n van de mannen gauw een formulier in zijn pijp. Dokter Haverkamp probeert nog snel wat papieren achter een verwarmingsradiator te verstoppen, maar dat zien de Duitsers. Ze worden zo kwaad dat ze de arts de tanden uit zijn mond slaan en hem met zijn gezicht tegen de muur drukken. Het enige dat dokter Haverkamp loslaat is dat hij bij zijn collega Lohman in Obdam is geweest.

Dan laden de Duitsers hun arrestanten in een auto en gaat het richting Obdam. Daar halen ze ook Notaris Appel, Dokter Lohman, zijn zoon en de tuinman Cor van ?t Hof op. Samen zijn er elf arrestanten. De Duitsers willen de groep naar Alkmaar vervoeren, maar er is geen geschikte auto om het groepje uit Obdam weg te halen. Omdat een paar soldaten eerst die wagen willen ophalen, sluiten ze de gevangenen op in een kamer van het gemeentehuis. Een landwacht krijgt de opdracht de groep te bewaken, hij is in zijn eentje. Leider Schipper van de verzetsgroep Zomerdijk heeft inmiddels gehoord dat zijn beste mannen gevangen zitten. Hij wil ze bevrijden en regelt daarom een paar sterke helpers. Samen stappen deze mannen op de fiets richting Obdam. Onder hun jassen verstoppen ze wapens. Zodra ze aankomen, omsingelen de verzetsmensen het gemeentehuis. Landwachters en Duitse politiemensen merken dat ze in het nauw zitten. Ze nemen daarom de verzetsgroep onder vuur. Die schiet terug. Het regent kogels en iedereen raakt in de war. Veel Obdammers zijn bang dat er mensen worden neergeschoten die er niets mee te maken hebben. Ze roepen daarom dat het verzet beter rustig aan kan doen. Vol twijfel trekken Schipper en zijn mannen zich terug.


Binnen horen de gevangenen de schoten. Ze zijn blij met de steun van hun kameraden. Die hulp maakt dat ze zich sterker voelen. Tobias Biallosterski en een paar anderen durven het daarom aan om de bewaker tegen de grond te slaan. Dat geeft de anderen de kans om te vluchten. Ze denken dat de Duitsers buiten aan de voorkant van het gemeentehuis staan. Daarom rennen ze naar de achterdeu. Maar daar ontdekken ze dat ze fout zitten: de soldaten houden de boel juist aan de achterzijde in de gaten. De Duitsers worden woest en pakken hun geweren. Ze schieten op de vluchtende mannen. Cor Wijnker, de jonge Wognummer die toevallig op straat was opgepakt, probeert met een groepje via het bosje aan de achterkant van het gemeentehuis te ontkomen. Hij komt niet ver. ?Op een stuk hout ben ik nog over een sloot gekomen, maar daarna hebben ze me in de knie geschoten. Naast mij liep meneer Hellema. Die overleefde het niet.? Een kogel treft Johan Hellema(45 jaar) in het achterhoofd. De Duitsers laten hem in een schuit slepen. De opnieuw gearresteerde mannen worden weer opgesloten in het gemeentehuis. Nu in een kamertje boven. Andere vluchtelingen weten te ontkomen.

De dertien kinderen van aannemer Mulder luisteren gespannen naar alle schoten. Het gezin woont in het huis op de hoek van de Burgemeester Dekkerstraat en de Kerkweg, waar de kogels tegen de gevels ketsen. ?Om alles goed te zien, wilden we steeds met onze neuzen voor het raam staan, maar moeder was bang dat dat gevaarlijk was. Van haar moesten we daarom gehurkt onder het raamkozijn blijven zitten?, vertelt Nic Mulder. Hij was twaalf jaar toen het gebeurde. Ze mogen niet kijken, maar toch kunnen de kleine Muldertjes de strijd goed volgen. Ze horen hoe de Duitsers jacht maken op de verzetsstrijders die weg wisten te komen. En hoe de soldaten schreeuwden rond het kippenhok van dokter Lohman. De Duitsers denken dat ?n van de gevluchten zich daarin heeft verstopt. Zoeken doen ze niet: et een handgranaat komt het hok tot ontploffing. Er zat niemand in. Nic Mulder:?We zagen een paar van die verzetsjongens in de richting van de volkstuintjes bij de dijk vluchten. Een paar werden er neergeschoten. Een derde kreeg een kogel in zijn been en gaf zich over. Opeens stond er bij ons ook een knaap voor de deur. Drijfnat, was-ie, want hij was dwars door de sloot weggerend. ?Help me?, riep hij.?

Moeder Mulder bedenkt zich niet en haalt de vluchteling binnen. ?Eerst verstopte ze hem in de kelder. Later wees ze hem een schuilplaats onder de vloer in de slaapkamer aan. Precies onder het bed, op een plek waar we de aardappelen bewaarden. Hij trok nog gauw een pak van mijn vader aan om van het spoor van nattigheid af te komen.? De laatste druppels slootwater zijn nog maar net opgedweild of de Duitsers stormen het huis van Mulder binnen. ?Ze sloegen het glas van de voordeur kapot en stonden meteen in de slaapkamer waar die jongen onder de vloer lag. Met z?n allen keken we hoe de Duitsers daar aan het zoeken waren. Maar aan de vloer dachten ze niet. Natuurlijk zeiden we geen woord. Dat had moeder nog gauw gezegd: ?Jullie houden je mond. Jullie doen alsof jullie van niks weten.? De zoektocht van de Duitsers gaat nog even door, maar ze kunnen de vluchtelingen niet vinden. Uit kwaadheid halen ze alle mannen uit de buurt uit hun huizen. Ze moeten op een rij voor het gemeentehuis gaan staan. Dreigend lopen de Duitsers daar met hun wapens heen en weer . Ze roepen dat de Obdammers moeten zeggen waar de andere vluchtelingen zijn. Maar een antwoord blijft uit. Niemand die het weet. Behalve dertien kleine Muldertjes. Maar die liggen thuis, onder de vensterbank. Als de Duitsers begrijpen dat hun dreigementen niks helpen, laten ze de mannen gaan. De vluchteling bij Mulder maakt van de teruggekeerde rust gebruik door via een raam de schuur in te glippen. Op de zolder daar rolt hij zich in een rieten mand om in de loop van de nacht weer naar zijn makkers aan de Zomerdijk te gaan.

De vluchteling die zich onder de vloer bij Mulder schuil hield, is ?n van de weinigen die het vuurgevecht in het hart van Obdam overleeft. Ook dokter Lohman en notaris Appel komen goed uit de strijd tevoorschijn. Zij hadden zich in de woning achter het raadhuis verstopt en komen pas weer naar buiten als het rustig is. Dokter Haverkamp en Tobias Biallosterki raken zwaar gewond. De zusters Dominicanessen verlenen eerste hulp, maar hun verwondingen blijken zo zwaar dat Biallosterki later in de strafgevangenis in Scheveningen overlijdt. Dokter Haverkamp wordt in April bij een vergeldingsactie in Limmen doodgeschoten. Wognummer Cor Wijnker komt via Alkmaar in de gevangenis aan de Weteringschans terecht. ?De verhoren waren daar hard. Ze lieten ons heel lang staan met de handen in de lucht. En als je dan viel, kreeg je een opdonder. Ik was daarom blij dat ik niks wist van het verzetswerk van anderen. Dan kon ik ook niks verraden.? Zijn gevangenschap duurt een week.

 

Veel slachtoffers in 1944 - 1945


 

Andijk

Het meest tragisch was de dood van vier verzetsjongens uit Andijk. Op 1 mei '45, dus vlak voor de bevrijding, waren ze op weg naar Hoorn, toen ze werden aangehouden. Een bleek een patroonhouder bij zich te hebben. Een wist nog weg te glippen, maar de vier anderen werden zonder pardon voor het raadhuis van Zwaag gefusilleerd. Op 5 mei kwam de bevrijding, 'Foute' lieden, zoals burgemeester J.P.Zondervan, van Hoorn, werden ge?terneerd. De oorlog is nooit voltooid verleden tijd. We mogen de slachtoffers, vooral de dapperen die terugvochten, niet vergeten.
 
Gosse Dijkstra, geboren 2 januari 1924 in Warns, wordt ter plekke vermoord - Jan Ruiter weet op de fiets te ontsnappen.

Johannes Smink, geboren 15 februari 1811 in Lisse, Ruurd Dijkstra, geboren 2 september 1925 in Hemelumer Oldeferd en Jan Kort, geboren 22 juli 1914 in Andijk, worden meegenomen naar het gemeentehuis van Zwaag. Zij worden tegen de muur gezet en zonder vorm van proces doodgeschoten.

 

Jan Kort

 

Blokker

  Nicolaas Petrus Kolenberg, geboren 7 maart 1919 in Alkmaar, overleden 6 mei 1945 in Blokker. Hij was tijdens de oorlog lid van het verzet in West-Friesland, op 5 mei formeel toegetreden tot de Binnenlandse Strijdkrachten als soldaat en op 6 mei 1945 gesneuveld in Blokker.

 

Enkhuizen

  Anton (Tom) Kranenburg, geboren 27 juni 1918, overleden 20 mei 1944), verzetsstrijder te Enkhuizen. Werd gefusilleerd door de Duitsers op 20 mei 1944 op de Waalsdorpervlakte te Wassenaar.

De Tom Kranenburgstraat is naar hem genoemd. De naamgeving vond plaats in een buitengewone openbare raadsvergadering ter gelegenheid van 10 jaar bevrijding en gewijd aan de verzetsstrijders.

Kranenburg was kelner op de Staverse boot. Daardoor kon hij gemakkelijk het illegale blad 'Trouw' vervoeren dat hij dan in een van de buffetten verstopte. Bovendien was hij de eigenaar van een pistool.

  Dirk Eliza Wierenga, geboren op 25 mei 1922 in Bierum, In maart 1943 sloot Dirk Wierenga zich aan bij het verzet in Enkhuizen. Hij werkte als koerier voor de LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) en voerde orders uit zoals het wegbrengen van vluchtelingen naar schuilplaatsen in de omgeving. Hij vervoerde ook koffers met exemplaren van het illegale blad ?Trouw? van Stavoren naar Enkhuizen en zocht onderduikadressen voor werkweigeraars, joden, studenten en militairen. Joden en jodinnen uit Amsterdam wist hij overal in het land onder te brengen.

Overval distributiekantoor

In augustus 1943 was hij betrokken bij een overval op het distributiekantoor te Venhuizen en in de nacht van 31 augustus op 1 september 1943 nam hij deel aan de bevrijding van medeverzetsman Barend Mes uit het raadhuis van Hoogkarspel, die wegens wapensmokkel ter dood veroordeeld zou kunnen worden.

Arrestatie

Op 7 oktober 1943 werd Dirk Wierenga, nadat hij verschillende malen aan de greep van de SD (Sicherheitsdienst) wist te ontkomen, gearresteerd. Na de verhoren door de SD zat hij van 14 december 1943 tot 20 mei 1944 gevangen in cel 603 van de Duitse gevangenis het ?Oranjehotel? in Scheveningen, vlak bij de huidige herdenkingscel 601.

Gefusilleerd

Op 20 mei 1944, 5 dagen voor zijn 22ste verjaardag, werd hij op de Waalsdorpervlakte, een duingebied bij Den Haag, gefusilleerd.


Hinke Selst kreeg als jong meisje in de oorlog verkering met Dirk Wierenga. Ze zocht hem gedurende 6 maanden regelmatig op in de gevangenis, totdat ze in mei 1944 een telegram kreeg dat Dirk door de Duitsers was doodgeschoten.


Dirk Wierengastraat

Behalve in Enkhuizen is er ook in Westernieland, waar zijn vader schoolhoofd was, een straat naar hem vernoemd.

  Gerrit Cornelis Stapel, geboren 17 december 1912 in Alkmaar, overleden 9 februari 1945 in Zaandam. Gerrit had belangstelling voor het drukkersvak. Zuilen waren in de jaren voor de oorlog nog erg belangrijk in Enkhuizen en het protestantse volks- Plaquette in Zaandam. Deel was dan ook grotendeels gericht op "NV Drukkerij en Boekhandel, voorheen J .W de Graaf", op de hoek van de Dijk en het Venedie, Jan Lenters was er directeur.

De Nederlands-hervormde jongen ging aan het werk bij deze baas. De drukkerij gaf "De Vrije Westfries' uit, de krant voor christelijk Enkhuizen en omstreken. Hoofdredacteur was de bekende schrijver Klaas Norel. In 1934 sloeg de 22-jarige Gerrit zijn vleugels uit en vertrok naar Amsterdam. Gerrit ontmoette in Amsterdam al spoedig de vrouw waar hij een aantal jaren gelukkig mee zou zijn, Annie Verzijl. In 1936 trouwden zij en er kwamen tussen 1937 en 1943 vijf kinderen: Ruud, Greet, Annie, Gerda en Ineke.

Gerrit Stapel woonde met zijn echtgenote, zoon en vier dochters aan Madurastraat 54-hs in Amsterdam. Sinds het midden van de jaren dertig was hij in zijn woonplaats als typograaf/bedrijfsleider in dienst bij Boek- en Handelsdrukkerij S.J.P. Bakker aan Lijnbaansgracht 208?209. Vanaf 1941 was hij betrokken bij het in zeer grote hoeveelheden vervaardigen van illegaal drukwerk ? brochures, pamfletten, gedichten, waarschuwingen, protesten ? voor de verzetsorganisatie Vrij Nederland. Daarnaast hield hij zich bezig met het drukken van de illegale bladen Vrij Nederland en, vanaf 1943, Trouw. Na het doorslaan van een eerder gearresteerde Trouw-medewerker, verrichtte de Sipo op maandag 29 januari 1945, ?s morgens om acht uur, een overval in de drukkerij. Hierbij werden Stapel, zijn baas S.J.P. Bakker en zes collega?s gearresteerd. Trouw-topman Wim Speelman, die kort voor de inval de drukkerij had verlaten maar terugkeerde om zijn vergeten handschoenen op te halen, werd door Kriminalsekret? Viebahn herkend, eveneens gearresteerd en met de overigen overgebracht naar het HvB aan de Weteringschans. Op 9 februari 1945 werd Stapel, samen met een negental andere personen, bij een represaille in Zaandam gefusilleerd. Op de plaats van de executie bevindt zich een plaquette met de namen van de slachtoffers. Annie Stapel was niet gewaarschuwd. Laat staan dat ze afscheid had kunnen nemen. Een dominee moest de droeve boodschap overbrengen.

De doden vonden hun voorlopige rustplaats in de Kennemerduinen. Na de oorlog werden, op aanwijzingen van de Duitsers, op 45 plaatsen de stoffelijke resten van 422 mensen gevonden. In overleg met de familie werden 373 van hen bijgezet op de Erebegraafplaats in Bloemendaal.
Annie Stapel-Verzijl is niet meer opnieuw getrouwd. De herbegrafenis van haar man op de Erebegraafplaats vond plaats in aanwezigheid van koningin Wilhelmina. Aan Annie was gevraagd welke tekst zij op de steen wilde zien. Het werd: Wat God doet dat is welgedaan. Zijn naam is wijs en heilig.


  Piet Smit, geboren op 15 mei 1921 in Ede. Hij was kantoorbediende bij de Nederlandsche Handelmaatschappij. In juni 1943 moest hij zich melden voor de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland), maar daar voelde hij niets voor, hij dook onder.
In West-Friesland richtte hij verschillende afdelingen van de LO op (Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers) en hij deed ook mee aan het kraken van distributiekantoren.
Nadat hij zijn taken had overgedragen, ging hij begin 1944 over naar de centrale post van de RVV (Raad van Verzet) in Amsterdam. In september 1944 ging hij naar Hengelo waar hij zich volledig aan het verzetswerk ging wijden, voornamelijk voor de inlichtingen-afdeling. Hij kreeg de beschikking over een zender met als seiner Anton Kattouw.

Op 26 november werd de zender door de Duitsers gepeild en Piet Smit, Anton Kattouw en Julika Snijders werden gevangen genomen. Uiteindelijk kwamen ze in de gevangenis van Zwolle terecht. Julika Snijders wist tijdens het transport naar een concentratiekamp te ontsnappen. Smit en Kattouw werden op 8 maart 1945 bij de Woeste Hoeve neergeschoten.


Op de dag van de executie was Piet 23 jaar oud en ongehuwd.

 

Hem

  Nicolaas Adrianus Broers is op 18-5-1921 geboren. Hij was ten tijde van de oorlog werkzaam als chauffeur/monteur bij de fa. Kuip te Wognum. Door zijn baan is hij bij het verzet betrokken geraakt, als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten. Op een dag kwam er namelijk bij de fa. Kuip een man die een taxi vroeg naar Amsterdam, hetgeen Nico Broers op zich nam. In de Hulk stonden 3 landwachters, maar ze werden niet aangehouden. Plotseling echter begon de man die bij Nico in de auto zat door het achterraam naar de landwachters te schieten. Deze schoten terug en raakte de generator, dat was destijds hun brandstofvoorziening. Ze wisten tot de Beemster te komen, maar het nummer van de auto was genoteerd. Van de Beemster is Nico Broers daarom naar Spanbroek gegaan, waar hij bij een boer in de hooiberg heeft geslapen. Zijn passagier voegde zich later bij hem, en toen kwam uit dat het een commandant van een verzetploeg uit de omgeving was. Later heeft Nico Broers nog in 't Zand, de Wieringermeer en Petten gezeten. het laatst was hij in de Hout bij Venhuizen. liever had hij in Limburg of Brabant in het verzet gezeten, want hier was hij bekend bij iedereen. Een paar dagen voor hij stierf heeft hij nog gezegd dat ze hem nooit levend zouden krijgen, omdat hij teveel wist. Op 21 februari 1945 werd hij te Hem aan de provinciale weg door de Duitse bezetters doodgeschoten. Bij zijn aanhouding trof men wapens aan.

 

 

Hoogkarspel

  Joris Arien Ruijter, geboren 24 maart 1925 in Beemster, overleden 6 februari 1945 in Hoogkarspel. Joris Ruijter (?Jos?) was scholier van het Lyceum in Alkmaar en woonde bij zijn ouders aan Middenweg 72 in Noord-Beemster. Na de capitulatie in mei 1940 begon hij, vijftien jaar oud, met het verzamelen van wapens, munitie en militaire uitrustingsstukken, die onder andere afkomstig waren uit een neergestort Engels vliegtuig en van Duitse militairen. De wapens stelde hij ter beschikking van verzetsmensen. In 1942 trad hij toe tot de OD en via zijn vader raakte hij betrokken bij diens verzetactiviteiten. In 1943 liet hij zich officieel registreren als veehouder, hetgeen hem vrijwaarde van de arbeidsinzet. Medio september 1944 was Ruijter betrokken bij de vorming van de KP-Beemster. Hierna nam hij deel aan overvallen op diverse bevolkingsregisters, het ophalen en vervoeren van gedropte wapens van afwerpterreinen en acties van de economische en technische sabotagegroep van LKP-district Waterland. Direct na Kerstmis 1944 nam Ruijter deel aan de kraak van het bevolkingsregister in het gemeentehuis van De Rijp. Als gevolg van verraad werd hij op 31 december 1944 thuis gearresteerd door de Feldgendarmerie uit Alkmaar. Twee weken later werd hij overgebracht van het Alkmaarse HvB naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam en op 6 februari 1945 in Hoogkarspel gefusilleerd. Zijn vader, Jan Ruijter, werd drie dagen later in Zaandam doodgeschoten.

 Cornelis Willem Herman Schreude, geboren 27 mei 1920 in  Amsterdam, overleden 6 februari 1945 in Hoogkarspel. Kees Schreuder woonde met zijn ouders en zes jaar jongere broer in Amsterdam op het adres Titiaanstraat 42-boven en bezocht ? na zijn diploma te hebben behaald aan de 5-jarige Christelijke HBS aan de Moreelsestraat ? de mts. In de loop van de oorlog ging hij het illegale blad Het Parool verspreiden. Nadat hij in 1944 was afgestudeerd als werktuigbouwkundig ingenieur, had hij geen betrekking. In september 1944 werd hij in gewest 10 (Amsterdam) van de BS-SG als lid opgenomen in een tot district Zuid/compagnie 1/sectie IV behorende groep die onder commando stond van J.M. Schetters. Begin januari 1945 ontving Schreuder de opdracht in een rijwielzaak in de Banstraat een fiets te ?vorderen? ten behoeve van een groepslid (mogelijk ook een geallieerd vlieger) die naar bevrijd gebied moest. Juist toen hij op 9 januari overdag, alleen en voorzien van een vuurwapen, bezig was met de ?overval?, werd hij opgemerkt door een toevallig passerende SD?er. Na te zijn gearresteerd, werd hij overgebracht naar het HvB aan de Weteringschans en vier weken later, op 6 februari 1945, in het kader van een represaille in Hoogkarspel gefusilleerd.

 Antonius Wilhelmus Ammerlaan, geboren 17 september 1899 in Amsterdam, overleden 6 februari 1945 in Hoogkarspel. Willy Ammerlaan was sedert 1926 als chef-inkoper manufacturen werkzaam bij de NV Dordtsche Manufacturenhandel van Vroom & Dreesmann in de Voorstraat te Dordrecht. Vanaf eind 1943/begin 1944 maakte hij deel uit van de LO-Dordrecht. Daarnaast was hij lid van de OD en na september 1944 ook aangesloten bij de BS-SG (gewest 14, district Dordrecht, 2e compagnie, sectie III). Hij voorzag onderduikers van bonkaarten en bracht geld bij stakende spoorwegmannen en hun gezinnen. Als gevolg van verraad door een onderduiker werd Ammerlaan op 28 november 1944,
?s nachts om vier uur, in zijn woning aan Hugo de Grootlaan 40 in Dordrecht door drie leden van de Feldgendarmerie en een Nederlandse Sipo-man gearresteerd. Tijdens het eerste verhoor daar werd hij zwaar mishandeld. Hij verbleef achtereenvolgens in gevangenschap in Dordrecht, Rotterdam (Haagse Veer), Utrecht en Amsterdam (HvB-Weteringschans). Op 6 februari 1945 werd hij in Hoogkarspel gefusilleerd. Zijn echtgenote J.M. Ammerlaan-Somer (39) dook na de arrestatie van haar man met hun 14-jarige dochter en 10-jarige zoon onder in Gorinchem. Bij terugkeer na de bevrijding in hun onbeheerde woning in Dordrecht bleken de meubels zwaar beschadigd en het linnengoed, de dekens en spreien, vitrages, overgordijnen, boeken en de gehele garderobe ontvreemd.

 Johannes Paulus Bos, geboren 8 november 1917 in Amersfoort, overleden 6 februari 1945 in Hoogkarspel. Paul Bos werkte tot augustus 1943 als inkoper bij ijzerhandel C.J. van der Broek in Haarlem, waarna hij ? half ondergedoken, nadat hij als oud-militair geweigerd had terug te keren in krijgsgevangenschap ? nog enkele maanden zelfstandig in ijzerwaren handelde. Vanaf eind 1943 was hij betrokken bij de illegale werkzaamheden van de Persoonsbewijzencentrale in Amsterdam. Als leider van een van de gewapende groepen van de PBC, de groep-Paul, vervoerde en verzorgde hij gedropte wapens (in welk verband hij contact had met onder anderen J.T.J. Janssen en J. Versfelt) en hield hij zich bezig met verschillende voedsel-, sigaretten- en autobandenkraken. In september 1944 werd hij aangesteld als sectiecommandant bij de BS-SG. Ten behoeve van de voedselvoorziening leidde Paul Bos op 5 januari 1945 een overval op Chocolade- en Suikerwarenfabriek J.C. Klene & Co. aan Looiersgracht 47 in Amsterdam. Daar de echtgenote van de conci?ge van Klene vermoedde dat zwarthandelaren een inbraak pleegden, waarschuwde zij de politie. Er volgde een vuurgevecht waarbij W.H. de Rooy dodelijk werd getroffen en de meeste andere overvallers (onder wie H. Baars, W.J. van Dorsten, E.H. Kan en W.W. Wessel) werden gearresteerd. Bos en zijn broer Jan werden overgebracht naar het HvB-Weteringschans en een maand later, op 6 februari 1945, in Hoogkarspel gefusilleerd.

  Jan Jacob Bos, geboren 15 september 1920 in Amersfoort, overleden 6 februari 1945 in Hoogkarspel. Jan Bos (?Bertus Kamerling?) deed in juli 1943 eindexamen Indische Cultuur aan de Rijkstuinbouwschool in Boskoop en dook vervolgens onder op een boerderij. Vanaf begin 1944 was hij als koerier ? speciaal van verzetsleider Gerrit van der Veen ? betrokken bij het vervalsingswerk van de Persoonsbewijzencentrale in Amsterdam. Zo vervoerde Bos onder andere papieren, stempels, Ausweise en PB?s naar en van vervalsers, clich?akers, drukkers en kantoren. Daarnaast hield hij zich bezig met het verspreiden van het illegale blad De Vrije Kunstenaar en was hij, na september 1944, lid van de BS-SG. In deze periode was hij enige tijd ondergedoken bij zijn verzetscontacten graficus/fotograaf W.L. Brusse en fotografe Eva M. Besny?aan Leidsekade 59 in Amsterdam. In verband met de slechte voedselsituatie tijdens de hongerwinter nam Bos, samen met onder meer zijn broer Paul, op 5 januari 1945 deel aan een gewapende overval op Chocolade- en Suikerwarenfabriek Klene & Co. aan de Looiersgracht, teneinde een grote partij suiker te bemachtigen. Nadat de echtgenote van de conci?ge van Klene, vermoedend dat zwarthandelaren bezig waren met een inbraak, de Amsterdamse politie had gewaarschuwd, volgde een vuurgevecht waarbij een van de overvallers werd doodgeschoten en de meeste anderen werden gearresteerd. Via het Hoofdbureau van politie werden de broers Bos overgebracht naar het HvB-Weteringschans en op 6 februari 1945 in Hoogkarspel gefusilleerd.

 

Hoorn

 Jacob Wilhelm Jansen, geboren 15 december 1910 in Amsterdam, Jaap Jansen was voor en aan het begin van de oorlog in zijn woonplaats Amsterdam actief ? met kortdurende periodes waarin hij steun ontving ? als venter met groenten en fruit, haring en bloemen. In april 1941 werd hij lid van de NSB en de WA; later ? na minimaal een jaar lid te zijn geweest ? bedankte hij weer. Tussen november 1940 en augustus 1943 was Jansen gedurende diverse periodes als chauffeur in dienst bij het NSKK, de OT en de Wehrmacht op Schiphol, in Noord-Frankrijk en Duitsland (Frankfurt am Main, Hamburg, Berlijn en Saarbr?ken). Na als ?Bombengesch?igter? te zijn teruggekeerd naar Amsterdam, zette hij een grote zuurwarenzaak op in de Jan Steenstraat, was hij betrokken bij zwarthandel en verstrekte hij via-via geld aan het verzet. Door H.M. Immig werd Jansen na september 1944 BS-lid en raakte hij betrokken bij het vervoeren en verbergen (o.a. in zijn karrenloods in de Govert Flinckstraat) van wapens, munitie en BS-uitrustingsstukken. Nadat hij zich op 18 december 1944 had gemeld in de Tulpkazerne ? gelokt onder het voorwendsel informatie te moeten verstrekken over zijn voor zwarthandel gearresteerde employ?Jonker (over wie de Sipo inmiddels wist dat hij ook aan het verzet deelnam) ? werd hij gearresteerd. Op 4 januari 1945 werd hij in Hoorn gefusilleerd.

  Johan Theodoor Joseph Janssen, geboren 21 maart 1921 in Bandoeng NI, Hij is een van de vijf gijzelaars die in Hoorn op 4 januari 1945 door de bezetter werden gefusilleerd. Dit naar aanleiding van de liquidatie door het verzet op een Duitse officier.

  Gerardus Cornelis Jonker, geboren 16 oktober 1903 in Amsterdam. Gerard Jonker ? van beroep stoker/kolenwerker ? ontving sedert 1934 wegens werkloosheid vrijwel onafgebroken onderstand van de Dienst Maatschappelijke Steun in zijn woonplaats Amsterdam. Toen hij in april 1941 een hem door de werkverschaffing aangeboden baan weigerde, stopte zijn uitkering. Hierna vond hij zelf werk bij surrogatenfabriek H.H. van Wees. In februari 1943 werd de bedrijfsleiding in het kader van een van de Sauckel-Aktionen gedwongen twee personeelsleden te leveren: Jonker werd nu als hulparbeider tewerkgesteld bij de Deutsche Reichsbahn in Berlijn. Na vijf maanden later wegens eczeem te zijn afgekeurd, keerde hij terug naar Amsterdam. In september 1944 ? inmiddels venter bij Zuurwarenhandel J.W. Jansen ? werd Jonker lid van de BS-SG en nam hij onder meer deel aan wapentransporten (o.a. naar een loods van zijn patroon in de Govert Flinckstraat). Toen Jonker en een collega op zondag 17 december 1944 op straat zuurwaren en gebak verkochten, werden zij op verdenking van zwarthandel door leden van het Politiebataljon Amsterdam aangehouden. Door het verraad van provocateur J.A. Jong Baw werd het Sipo-man E. R?l kort hierna duidelijk dat de gearresteerde en in de Tulpkazerne verblijvende Jonker ook aan het verzet deelnam. Op 4 januari 1945 werd hij in Hoorn gefusilleerd.

  Hendrikus Marinus Immig, geboren 19 juli 1917 in Amsterdam. Henk/Henny Immig diende tijdens de mobilisatie in 1939 als milicien in het 7e Regiment Infanterie van het Nederlandse leger. In de meidagen van 1940 nam hij ? op 1 mei bevorderd tot sergeant ? deel aan de krijgsverrichtingen bij Amersfoort. Na de capitulatie ging hij weer werken in de stoffenzaken van zijn vader, aan Admiraal de Ruijterweg 82 en Ferdinand Bolstraat 114 in Amsterdam, waarbij hij zich vooral met de inkoop bezighield. Toen Immig zich in mei 1943 als voormalig militair moest melden voor terugvoering in Duitse krijgsgevangenschap, weigerde hij en dook onder. In september 1944 werd hij in BS-gewest 10 (Amsterdam) groepscommandant binnen de 2e sectie van de Algemene Reserve, district Zuid (strijdend gedeelte). Samen met onder anderen J.W. Jansen en G.C. Jonker was Immig betrokken bij het vervoer ? onder meer in haringkarren ? van gedropte wapens van de rand van Amsterdam naar bergplaatsen in het centrum van de stad. Als gevolg van het verraad door provocateur en Sipo-informant J.A. Jong Baw ? die begin november 1944 op verzoek van Immig was toegetreden tot de BS ? werd Immig op 18 december 1944 in zijn ouderlijke woning aan de Ferdinand Bolstraat door de Sipo-medewerkers R?l, Kuiper en Mollis gearresteerd en overgebracht naar het HvB aan de Weteringschans. Op 4 januari 1945 werd hij in Hoorn gefusilleerd.

  Johan Versfelt, geboren 29 mei 1886 in ?s-Gravenhage. Ir. Johan Versfelt had een ingenieursbureau aan Keizersgracht 752 in Amsterdam en gaf tevens leiding aan het Amsterdamse filiaal van het Rotterdamse Bureau voor Economische Stoomproductie ?Econosto?. Aan het begin van de oorlog werd het filiaal opgeheven en besloot Versfelt zijn bureau te sluiten, aangezien hij niet voor de bezetter wilde werken. Hij leefde verder van zijn kapitaal. Van 1942 af hielp Versfelt joodse onderduikers aan onderduikadressen, valse papieren en bonkaarten. Via F.O. (Frits) Sillem onderhield Versfelt contact met de Persoonsbewijzencentrale in Amsterdam. Eind 1944 raakte hij betrokken bij de PBC-compagnie van het BS-SG-bataljon Three Castles. In de kelder van zijn kantoor werden wapens opgeslagen en schoongemaakt. Op 27 november 1944 vervoerde J.T.J. Janssen per bakfiets wapens van Versfelt naar het PBC-kantoor aan Keizersgracht 135. Dit perceel was echter kort daarvoor door de Sipo bezet en bij aankomst werd Janssen dan ook gearresteerd en gedwongen te vertellen waar hij de wapens had opgehaald. Versfelt en zijn echtgenote, H.L.A. Versfelt-Hellmuth, werden vervolgens gearresteerd in hun woning Banstraat 59. Terwijl zijn vrouw kort hierna werd vrijgelaten, werd Versfelt overgebracht naar het HvB aan de Weteringschans. Tijdens de huiszoeking in zijn kantoor werden meer wapens aangetroffen. Op 4 januari 1945 werd hij in Hoorn gefusilleerd.

 

Medemblik

  Egberthus Jozef Blom, geboren 15 maart 1910, overleden 15 november 1944 in Kdo. Husum-Schwesing, rijwielhandelaar, lid verzet

 

Obdam

 Jozef Antonius Buis, geboren 5 september 1905 in Obdam, Op 5 mei 1945 eindigde de oorlog. Maar juist in de laatste maanden van de oorlog vielen er nog veel West-Friese slachtoffers. Op 24 oktober 1944 werden in Amsterdam vijf verzetsmannen ge?ecuteerd. Jongelui die aan de werkplicht willen ontkomen, proberen een vals persoonsbewijs op de kop te tikken. In het gemeentehuis van Obdam helpt gemeente-ambtenaar Joseph Buis jongens aan deze nepdocumenten. Dat gaat goed, tot 4 oktober 1944. Dan ontdekt de Duitse politie bij een controle dat twee Obdamse jongens vervalste persoonsbewijzen laten zien. Op de papieren staat de handtekening van Buis.Daarom halen rechercheurs de ambtenaar ?s nachts uit zijn bed.

In een zwaar beveiligde gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam verhoren ze Jozef Buis.
Zijn gevangenschap duurt een paar weken. In die tijd smokkelt hij via een medegevangene die vrijkomt een briefje naar buiten.
Het is voor zijn vrouw.?Het gaat goed. Ik kom waarschijnlijk gauw vrij? staat erop. Het loopt allemaal anders.

Als verzetsmensen in de Apollolaan in de hoofdstad een dodelijke aanslag plegen op een hoge Duitse officier  willen de bezetters ?afrekenen?. Ze steken op 24 oktober een paar huizen in brand en halen 29 mannen uit de gevangenis. Vastgeboeid brengen vrachtwagens de gevangenen naar de plek waar de Duitse officier is omgebracht. Daar worden ze doodgeschoten

E? van de mannen is Jozef Buis. Hij is dan 35 jaar. Zijn lichaam wordt gecremeerd in Driehuis-Westerveld.

 

Oostwoud

 Johannes Petrus Roosje, geboren 26 februari 1915 in Hensbroek, overleden 17 februari 1945 in Midwoud, neergeschoten op 17 februari 1945, landarbeider, zoon van Pieter Roosje en Antje Mul

 

Stedebroec

Simon Koning, geboren 26 juni 1906 in Bovenkarspel, Hij was wachtmeester van de Marechaussee te Spanbroek van beroep. Hij hielp onderduikers aan persoonsbewijzen en enkaarten. Op 24 augustus 1944 werd hij door de Sicherheitsdienst gearresteerd en zat in het 'Oranjehotel' in cel 595. Op 9 september 1944 is hij vermoedelijk op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.

  Dirk van der Jagt, geboren 7 mei 1924 in Grootebroek, overleden 1 juli 1944 in Westwoud. Zat in het verzet en gedood door een verraderlijk schot ven een landwacht..

  Cornelis Baas, geboren 27 maart 1916 in Grootebroek, overleden op 24 oktober 1944 in Amsterdam, machinist/chauffeur.

'ALS REPRESAILLE VOOR EEN ACTIE VAN HET VERZET WERDEN DOOR DE DUITSE BEZETTER 29 GEVANGENEN UIT HET HUIS VAN BEWARING AAN DE WETERINGSCHANS NAAR DEZE PLAATS OVERGEBRACHT EN IN DE VROEGE  OCHTEND VAN 24 OKTOBER 1944 ZONDER VORM VAN PROCES GEFUSILLEERD'.

  Gerard Andries Schrikker, geboren 24 december 1916 in Grootebroek, overleden 11 februari 1945 in de Merwede in de nabijheid van Sliedrecht

 

Wervershoof

  Nicolaas Akkerman, geboren 25 april 1905 in Schoten - vermoord 8 maart 1945 te Amsterdam. Nicolaas Akkerman (?Winkelman?) ? vanaf 1936 hoofd van de openbare lagere school in Wervershoof en in 1940?1941 voorzitter van de plaatselijke Nederlandse Unie-afdeling ? begon in 1942 met het onderbrengen van onderduikers in West-Friesland. Als hoofd (samen met J. Langedijk) van het LO-werk in Wervershoof, richtte hij vanaf medio 1943 in de omgeving diverse LO-afdelingen op. Onder het voorwendsel van een chronische ziekte kreeg hij ziekteverlof, waardoor hij zich geheel kon bezighouden met de hulpverlening aan onderduikers. Hij voorzag hen van vervalste documenten, geld en honderden bonkaarten, welke hij in soms zeer ver afgelegen plaatsen (zoals Deurne) bemachtigde. Enige malen lukte het hem een gearresteerde onderduiker vrij te krijgen. Akkerman hield zich eveneens bezig met het verspreiden van het illegale blad Je Maintiendrai. Op 7 juli 1944 moest hij ? met zwangere vrouw en twee kinderen (van acht en vijf jaar) ? onderduiken, omdat hij door de Landwacht werd gezocht. Tijdens zijn onderduikperiode in Amsterdam en Dordrecht verzamelde hij militaire inlichtingen voor het Bureau Inlichtingen in Londen, welke via ?Weg B? naar Zwitserland werden gezonden. Op 3 februari 1945 werd hij ? in december 1944 teruggekeerd naar Wervershoof ? als gevolg van verraad in zijn schuilplaats gevonden en met zijn koerierster E.M. (Bep) Koomen (?Willy?) gearresteerd. Na gevangenschap in Alkmaar en het HvB-Weteringschans in Amsterdam, werd hij op 8 maart 1945 gefusilleerd.

  Jan Langedijk was met Nico Akkerman oprichter en leider van de plaatselijke LO. Hij is op 25 januari 1945 gearresteerd en op 8 maart 1945 gefusilleerd. Jan Langedijk ligt begraven op Erebegraafplaats Overveen.

  Petrus Johannes Huijbrecht, geboren 28 december 1909 te Rotterdam en overleden op 8 maart 1945 te Amsterdam. Toen Huijbrecht zich in mei 1943 moest melden voor terugkeer in Duitse krijgsgevangenschap ? hij was in 1939/1940 gemobiliseerd geweest ? dook hij onder in Leiden, waar zijn zuster woonde. Hier verrichtte hij koeriersdiensten voor het verzet. Medio 1944 dook hij onder in Hoorn en later, onder de naam J. van Laar, in Wervershoof. In september van dat jaar trad hij toe tot de BS. In dit verband ontving hij vervolgens wapeninstructie van J. Lodder en P.A. Stokhof. Als gevolg van verraad werd de illegale organisatie van Wervershoof opgerold. Huijbrecht was een van de slachtoffers en werd op 25 januari 1945, na zich hevig te hebben verzet, gearresteerd. Via Medemblik en Alkmaar werd hij overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam. Tijdens zijn gevangenschap werd hij ernstig mishandeld. Op 8 maart 1945 werd hij aan de Amsteldijk in Amsterdam gefusilleerd.

  Simon Koopman, geboren 6 september 1919, is actief in verzet. Een razzia in januari 1945 weet hij nog te ontlopen. Hij duikt onder. Een bezoek aan z'n ouderlijk huis wordt hem fataal. Op de vlucht wordt hij voor het huis in de rug neergeschoten.
De laatste woorden van 26-jarige Simon tegen zijn ouders zijn: 'Liever als een held te sterven dan als een slecht mens te leven'. Hij is de enige verzetsman waar in Wervershoof een straat naar is vernoemd. Simon was een tuinderszoon en werkte bij zijn vader op het land. Hij is in het verzet terecht gekomen door Nico Akkerman. Simon Koopman plaatste onderduikers bij particulieren, voorzag ze van bonkaarten en een geldig persoonsbewijs. Zo kwam hij ook met de Knokploeg van West-Friesland in aanmerking in verband door overvallen die gepleegd werden op distributiekantoren. Hier was de Landelijke Knokploeg ook voor opgericht: voor overvallen op distributiekantoren en Duitse voedselopslagen. Overal werden plaatselijke Knokploegen opgericht. Ook waarschuwde Simon Koopman als er gevaar dreigde, bracht hij geld bijeen om de gezinnen die achterbleven te verzorgen en hij moest geschikte krachten selecteren voor de nog op te richten Binnenlandse Strijders in 1944. Hij deed dit alles met een groot gevoel voor idealisme en dat werkte stimulerend op zijn andere vrienden in het verzet.

Piet Pronk, geboren 8 november 1920 in Wervershoof - verrichtte met zijn broer Arie voornamelijk koerierswerk voor de LO. Hij is gearresteerd op 25 januari 1945, tegelijk met 15 Wervershoofse verzetsmensen. Na gevangenschap in het huis van bewaring in Alkmaar en Amsterdam is hij met plaatsgenoten Hil de Haan en Jan Weel overgebracht naar concentratiekamp Amersfoort. Van daaruit zijn ze per schip op transport gezet naar Duitsland. Bij L?eck zijn Jan Weel en Hil de Haan naar concentratiekamp Neuengamme gebracht. Voor de geallieerden uit dreven de Duitsers in die laatste oorlogsmaanden hun gevangenen steeds verder het land in, soms in overvolle treinwagons, dan weer kilometers te voet, nagenoeg zonder eten en drinken. Piet Pronk is uiteindelijk waarschijnlijk in kamp W?belin in Ludwiglust, deelstaat Mecklenburg terecht gekomen. Dit kamp is op 2 mei 1945 door de Amerikanen bevrijd. Piet Pronk is daarna dodelijk ziek en uitgeput opgenomen in het Reserve Lazaret te L?theen, waar hij op 12 mei 1945 is overleden en begraven onder de naam P. Prank.
Mede door de naamsverwisseling kreeg de familie Pronk pas op 13 februari 1947 van het Rode Kruis het bericht dat Piet lag begraven in L?theen, op dat moment de Russische zone van Duitsland. Hij is op 7 juli 1948 herbegraven op een Engels kerkhof in Berlijn. Op 17 mei 1949 kwam het stoffelijk overschot aan in Wervershoof. Daar is hij opgebaard in een rouwkamer op het gemeentehuis, waar honderden belangstellenden de laatste eer bewezen, en op 18 mei begraven op het R.K. kerkhof. Op 2 december is Piet Pronk overgebracht naar Erebegraafplaats Loenen.

  Petrus Stokhof, oud marineofficier afkomstig uit Groningen. Lid van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Ondergedoken bij de familie Lodder. Ook hij werd op 25 januari 1945 gearresteerd en op 8 maart 1945 te Amsterdam gefusilleerd als represaille voor de moordaanslag op hoge Duitse officier Rauter.

  Jan Lodder was Wachtmeester der Marechaussee in Wervershoof en werkte nauw samen met Jan Langedijk in de L.O. Later werd hij ook erg actief bij de Binnenlandse Strijdkrachten (BS in 1944): Deze strijdkrachten waren betrokken bij wapendroppings en bij wapentransporten. Door Jan Lodder werd het illegale krantje ?Pijpje Drop? gedrukt bij de familie Langedijk. Hij gaf instructies in wapentheorie in zijn woning en op de besneeuwde velden simuleerde hij schietoefeningen om de verzetsmensen weerbaar te maken. Ook bracht hij de jongens grondbeginselen van het tirailleren, een speciale gevechtstechniek, bij. Velen mensen van het verzet volgde zijn theorie en praktijk lessen.

  Cornelis van Doorn, geboren in Utrecht op 13 februari 1923, ambtenaar, was in de oorlog onderduiker bij de familie Jaap Koopman aan het eind van de Neuvel. R.K. gedoopt op 12 april 1944. Na de kerkdienst onderweg gearresteerd en bij een vluchtpoging achter het gemeentehuis neergeschoten door Wnd. Ortscommandant Vogt uit Medemblik.

 

Wognum

  Adriaan Cornelis (Adrie) de Graaf, geboren 28 april 1902 in Haarlemmermeer,  was een Nederlandse verzetsstrijder in West-Friesland. Tijdens de bezetting ontpopte hij zich tot verzetsman en werd in oktober 1943 laadmeester voor de Binnenlandse Strijdkrachten. Hierbij co?dineerde hij de verdere distributie van wapens die vanuit Engeland gedropt werden. Tevens was hij voedselofficier. Vanwege zijn verzetswerk was hij ondergedoken.

Op 17 april 1945, de dag dat de Wieringermeer door de Duitsers onder water werd gezet, kwam Adrie vanuit zijn onderduikadres terug naar de Wieringermeer om o.a. de evacuatie van zijn gezin te regelen en materialen veilig te stellen. De Duitsers die alle uitgangen bewaakten, arresteerden hem en Adrie werd op transport gesteld naar Hoorn. Volgens een Duits rapport : doordat hij tijdens dit transport heeft proberen te vluchten, werd hij door een lid van de Landwacht neergeschoten. Maar getuigen melden van een brute moord - neergeschoten van zijn fiets. De A.C. de Graafweg (N241), naar hem vernoemd, is een blijvende herinnering aan hem en aan het Verzet in West-Friesland.

  Otto J. Broekhuijzen is op 10 maart 1919 geboren te Wognum. Hij was de zoon van de koster van de N.H. kerk te Wognum. Hij had een opleiding als smid/bankwerker en was als zodanig werkzaam bij smederij Ton te Opmeer tijdens de oorlog. Al tijdens zijn dienst periode stond hij bekend als antimilitair. Hij zat tijdens de oorlog dan ook bij verschillende bewegingen en verspreidde anti-Duitse lectuur. Bij deze activiteiten werd hij betrapt en naar de Euterpestraat in Amsterdam gebracht, alwaar zijn moeder hem nog heeft bezocht. Op 6 september 1941 werd hij vandaar op transport gezet naar Duitsland. Sinds 28 september 1941 zat hij in Dranienburg bij Berlijn, in het concentratiekamp Sachsenhausen, vanwaar hij nog verschillende brieven stuurt aan zijn ouders en zijn verloofde. Op 8 februari 1942 is hij daar overleden.

 

_______________________________________________________________________________________________________________________________

Copyright 2001 - 2017 Karigro. Alle rechten voorbehouden  |  Colofon  Privacy  |  Disclaimer